Home Artikelen Vertical farming. Onzin

Vertical farming. Onzin

“Nederland is de Silicon Valley van de vertical farming,” verklaart Apesos. Onzin! (deel 3)

Bij stadsboerderijen of “urban farming” of “vertical farming” kunnen verschillende teeltsystemen en -structuren worden gebruikt, van stads- en kleinschalige landbouw tot hightech volledig gecontroleerde en semi-geautomatiseerde kassen in landelijke gebieden, en alles wat daar tussen zit. In de praktijk zien we in Nederland gelukkig nog weinig projecten, omdat er redelijk veel problemen ontstaan bij het realiseren van een succesvol project. Helaas is het wel zo dat in Nederland vaak de oorzaak van mislukking ligt in het feit dat de individuele projecten niet openstaan voor de kennis uit andere landen. Behalve dan voor de Goeroes, zoals Apeos. Maar een realistische kijk en onderzoek zou aangeven dat het eigenlijk te duur is om in de Nederlandse markt commercieel indoor farming weg te zetten. De vraag is dan ook: “waarom zouden we?” Het antwoord is natuurlijk bij iedereen bekend: prestige, mode en tijdsgeest. De titels alleen al: “Europese primeur met vertical farming in Drontense fabriek” of “Den Haag heeft grootste Urban farm van Europa”. (Ferme Abattoir in Brussel is eigenlijk de grootste met 2000m2)

Daarom dit artikel, waarin ik graag de kennis en informatie deel over mogelijke individuele projecten zoals van de Rabobank die de mogelijkheden voor vertical farming in Nederland onderzoekt. Of de vijf studenten van Inholland Delft die in opdracht van het Rotterdam Food Cluster onderzochten wat de kansen zijn voor business modellen in vertical farming en daarbij helaas alleen maar keken naar de steden Tokyo, Las Vegas en Rotterdam. Maar ook het project The Urban Tree Village in Amsterdam kan wat informatie gebruiken. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek dat al begin dit jaar bekend werd gemaakt (Hortinext schreef hier iets summiers over), maar waar weinig mensen blijkbaar weet hebben. Ze kunnen nu het volledige rapport downloaden.

Informatie voor het starten van een project

De organisatie Agrilyst uit Amerika wil graag hun informatie met ons delen. Het doel van hun rapport dat ze recentelijk (dit jaar) hebben gepubliceerd is om te kijken naar de opkomende trends, uitdagingen en voordelen van o.a. vertical farming. Dit rapport geeft niet alleen een overzicht van deze industrie, maar het geeft ook een nieuwe, bijgewerkte analyse van de industrie. Dit jaar waren meer dan 150 reacties van telers van over de hele wereld betrokken bij het tot stand komen van dit resultaat. De basisgegevens van dit verslag zijn afkomstig van respondenten die voornamelijk actief zijn in kassen en verticale farming, en hydrocultuur gebruiken als hun groeisysteem; 49% hydroponics, 15% aquaponics, 24% grond, 6% aquaponics en hydroponics en grondcombinatie en 6% aeroponics. Wanneer je kijkt naar het aantal bedrijven hierin dan is dit als volgt onder te verdelen: 12% tunnelkas (plastic),7% containerfarm, 47% glazen kas of poly, 30% verticale farming (indoor), 4% DWC.

De farms zijn opgedeeld in twee categorieën: grote en kleine farms. De kleine projecten zijn min.1000m2. De reden van deze drempel is dat de 1000m2-farms commercieel levensvatbaarder zijn. Vanuit een analyseperspectief ontdekten ze dat telers op of boven 1000m2 consistentere opbrengsten per vierkante meter haalden dan kleinere bedrijven (gebruikmakend van verschillende meetpunten (omzet, kosten, budgetten, enz.). Dit jaar waren 61% van de respondenten kleine bedrijven en 39% grote bedrijven. De vijf belangrijkste geteelde gewassen waren: bladgroenten, microgreens, kruiden, bloemen en tomaten, waarbij meer dan de helft van de ondervraagden bladgroenten teelde. Maar de volledige lijst van producten die werden geteeld, omvat niet alleen bladgroenten en tomaten, maar ook cannabis, bloemen, aardbeien, komkommers, paprika’s, champignons, uien, prei, hop, vijgen, suikermaïs, aubergine, vis, insecten, wortels en garnalen.

Een van de belangrijkste voordelen van verticale farming is de hogere opbrengst in vergelijking met conventionele landbouw. De controle van een faciliteit creëert een ideale groeiomgeving waardoor in minder tijd een gewas kan groeien van zaad tot oogst. Het heeft hogere opbrengsten en elke cyclus kan meerdere keren per jaar herhaald worden. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de gemiddelde opbrengst van conventioneel geteelde Romeinse sla 0,69 pond per 900 cm2 is, vergeleken met 8,71 pond per 900 cm2 voor bladgroenten die via een hydroponics-systeem in een kas zijn geteeld. De verticale kwekers rapporteerden een opbrengst van 5,45 pond per 900 cm2 voor groene groentesoorten en containerparken rapporteerden de laagste opbrengsten bij 3,75 pond per 900 cm2 voor groene bladgroenten. Indoor verticale kwekerijen kunnen hun totale opbrengst verhogen door extra lagen te stapelen en hun groeigebied te vergroten als een percentage van de beschikbare vierkante meters.

Natuurlijk spelen een aantal factoren een rol die hier invloed op kunnen hebben. Een van de grote problemen zijn de hoge kosten. Dit is een enorme uitdaging voor telers. In feite rapporteerde slechts 51% van de respondenten winstgevend te werken. De gemiddelde leeftijd van de winstgevende bedrijven was zeven jaar en bedrijven die nog niet rendabel waren, waren gemiddeld vijf jaar oud. Met minder conventionele financiële bronnen beschikbaar, voor zowel kapitaal- als operationele kosten, alsook hogere operationele kosten, duurt het lang voordat de telers winst maken. Daarnaast maken velen misrekeningen en onderschatten operationele kosten (arbeid, HVAC en afval specifiek). Ik heb daar al over gesproken in het artikel de 3-belangrijkste-redenen-waarom-verticale-boerderijen-zoals-dronten-zullen-mislukken

Wanneer je een vergelijking maakt tussen de diverse systemen dan is het meest winstgevende systeem DWC en het minst winstgevende verticale farming. Van de kwekers van de vijf meest geteelde gewassen rapporteerde 100% dat de bloementeelt winstgevend is, naast 67% van tomatenkwekers en 60% van de microgreens-telers. Als we kijken naar alleen winstgevende activiteiten dan is de meest winstgevende bewerking bladgroenten op basis van hydroponics in een kas, met een winstmarge van 46%. Wanneer je alleen de inkomsten analyseert, en zowel winstgevende als niet-winstgevende activiteiten, zie je dat hydrocultuur en kasactiviteiten beide een gemiddelde omzet hadden van ongeveer $20 per 900 cm2. Ondanks het feit dat het niet de hoogste opbrengst per vierkante meter van alle bewerkingen heeft, heeft het groeien van bladgroenten in een hydroponics-systeem in een kas wel een van de laagste operationele kosten per m2.

Het grootste verschil tussen verticale boerderijen en kassen vanuit kostenperspectief is natuurlijk de totale uitgaven (in tegenstelling tot de uitsplitsing). De grafiek “Financials – Profitable Operations” toont de bedrijfskosten van een winstgevende kasfaciliteit (alle gewassen, alle systemen) op $13,86 per 900 cm2. Ter vergelijking: winstgevende verticale boerderijen (alle gewassen, alle systemen) gaven $37,10 per 900 cm2 uit. Dus met 50% aan arbeidskosten zou een kaskweker van één hectare ruwweg $300.000 kosten maken en een verticale boer $800.000.

Het onderzoek

Er staat natuurlijk veel meer in het rapport. Maar wat opvalt bij deze vertical farming is dat de telers geloven dat technologie niet alleen extra opbrengsten en inkomsten kan opleveren, maar ook de productiekosten kan verlagen. Techniek is alles en is het belangrijkste doel van de telers. Sterker nog, 19% van de telers is van mening dat technologie hen meer dan $20.000 per jaar kan besparen. Hier staat tegenover het totale gebrek aan het besef dat het voedsel is. Het is een maakbaar product geworden. De vraag of het gezond is en wat de nutriënten-samenstelling is van de groenten is helaas niet in het rapport opgenomen.

De efficiëntie en de techniek kosten veel en gezien dit rapport zijn er maar een paar opties in Nederland die verticale farming rendabel zouden maken.