Wetenschappelijke naam: Perilla frutescens

Algemene namen: Perilla ‘Tia To’, Vietnamese Perilla en Shiso

Tia To is een traditionele, open bestoven cultivar van perilla die al eeuwen in Vietnam wordt verbouwd en gegeten. Je kunt zaden van deze variëteit verzamelen en jaar na jaar opnieuw kweken en ze zullen trouw weer gaan groeien. Het is typisch een culinair product: Tia Perilla wordt traditioneel rauw gegeten in Vietnamese salades of gekookt in soepen en roerbakgerechten. De sterke smaak van deze perilla-variant is een goede aanvulling op vis en andere zeevruchten. Tia To kan ook worden gesneden en gebruikt als een kruid in salademixen.

Groeitips:

Kies een plek voor Tia To perilla waar het de volle zon of lichte schaduw krijgt.  De perille heeft regelmatig water nodig om hun wortelsystemen koel te houden.

Je kunt de kiemkracht van perilla verbeteren door de zaden te laten denken dat ze een koude winter hebben meegemaakt, een aantal weken in de koelkast. ( dat hebben we ook bij Hopzaad gedaan) Leg ze daarna in een plug (ik heb de natuurlijk steenwol ecoplug gebruikt) met een aantal zaden per plug. Afsluiten voor licht tot het gaat kiemen. (ontkieming van Tia Perilla zaden kan tussen de 11 en 30 dagen liggen.)  De Perillazaden hebben zonlicht nodig om te ontkiemen, dus zaai ze niet meer dan 3 mm diep. Eenmaal de eerste kiem direct in het licht. Plaats de Tia Perilla planten na ongeveer 10 dagen in een hydroponicssyteem.

Oogsten:

Je kunt behoorlijke hoeveelheden Tia Perilla bladeren na 10 tot 11 weken na het zaaien van de zaden al oogsten. Gedurende de zomer wordt de plant 15 cm hoog, bloeit in augustus en groeit door naar ongeveer 1 meter tot de vorst in november, waarna ze afsterft. In de kas kun je langer gebruik maken van de plant. In Korea is het een veelgebruikt specerij, in bijvoorbeeld noedel-soepen in combinatie met andere bladeren en kruiden, evenals in Vietnam. In het oude China was het een belangrijke groente, nu veel minder in gebruik. In Japan en in delen van India worden de zaden gegeten. In Japan teelt men twee soorten: de Perilla var. crispa, met gekrulde bladeren, groen of rood, die in de keuken wordt gebruikt en de var. frutescens is voor de winning van vette olie, evenals de Perilla var. ocymoides. De vette olie (egoma) speelt een rol in de shintoïstische rituelen en is tevens in gebruik als voedingsmiddel en onderdeel van voedingssupplementen. Deze Shiso-olie is de grootste plantaardige bron van Omega-3 vetzuren, waarvan minstens de helft bestaat uit alfa-linolzuur. Naast tocopherol bevat de olie bovendien een breed scala aan flavonen en is zo een krachtig anti-oxidant. De zaadolie wordt daarnaast ook gebruikt in verf, vernis, linoleum, drukinkt, lak en in waterproof coatings voor kleding. De volatiele olie wordt gebruikt in de aromatherapie en de parfumindustrie. Het is een vrij prijzige olie, omdat de Perilla een eenjarige plant is en voornamelijk geteeld wordt voor het verkrijgen van olie door persextractie na het roosteren van de zaden. Daarom is de olieopbrengst een van zijn belangrijke eigenschappen, maar het evalueren van deze opbrengst is tijdrovend, vereist veel zaden en is moeilijk aan te passen in een teeltgebied. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de meeste rendabele soort. Alleen nergens een optie om hydroponics te gebruiken.

In de Japanse keuken hebben de bladeren van de Perilla een vaste waarde bij tempura (een Portugese-Japanse specialiteit), bij rauwe vis als garnering. Ze kunnen eveneens gegeten worden. Ook worden ze veel gebruikt bij ingemaakte gember die men bij sushi en sashimi serveert. In de westerse keuken is het niet erg bekend. Er zijn verschillende cultivars die gekweekt worden als sierplant met rode bladeren. Dus belangrijk is wel om de juiste te gebruiken.

Het blad wordt shiso genoemd en smaakt naar munt en venkel, met een mengeling van citrus, kaneel en koriander. Het wordt ook wel als vervanger van basilicum gebruikt. In China bakt men het blad in olie met look en gember als bijgerecht. De Latijnse soortnaam wordt veel gebruikt en de bijnaam Biefstukplant. Andere gebruikte benamingen zijn Japanse basilicum, Japanse netel of Notenkruid. 

Medicinaal

Aziatische herbalisten schrijven het kruid perilla voor bij hoest en longproblemen, om longontstekingen te voorkomen, bij vergiftiging van zeevruchten, ter bevordering van de energiebalans, enz.  Een van de redenen is de Perilla olie rosmarijnzuur en veel omega-3 vetzuur bevat. Hiervan is bekend dat  het anti-oxidanten en ontstekingsremmende effecten heeft en kan beschermen tegen verschillende vormen van kanker. Bovendien kan het via de huid worden opgenomen in een ethanolbasis (meestal perillylalcohol). Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar het kruid. Als het gaat om de ontstekingsremmende werking is perilla-olie een belangrijk kruid. Perilla bevat meer omega 3 dan al die andere plantaardige oliën. Er zijn honderden onderzoeken gedaan die hebben aangetoond dat perilla allerlei gezondheidseffecten kan hebben die grotendeels terug te voeren zijn op de ontstekingsremmende werking ervan. Uit deze onderzoeken blijkt dat perilla allergieën kan verlagen, helpt bij astma, preventieve werking heeft bij kankers, helpt bij het stabiliseren van de bloedsuiker en ook werkt als anti-depressivum. Antiastmatisch – antibacterieel – anticonvulsant – antidoot – antipyretisch – carminatief – emollient – expectorant – hoestonderdrukkend – stomachisch – tonisch, algemeen – zweetdrijvend.

Gebruik

Er is geen bewezen veilige of effectieve dosis voor perilla. Traditioneel wordt een thee (kokend water met 1/4 kop droge kruid, laten trekken 10 tot 15 minuten), gebruikt gedurende de dag, bij verkoudheid, griep, keelpijn en congestie. Bij astma wordt perilla-zaadolie gedurende vier weken gebruikt. Voor seizoensgebonden allergische rhinoconjunctivitis wordt Perilla frutescens verrijkt met rosmarinezuur (200 milligram of 50 milligram) en gedurende drie weken gebruikt. Perilla wordt ook gekookt en de stoom geïnhaleerd om de sinussen te verwijderen. Maar het kan ook een interactie aangaan. Dus het gebruik hiervan vraagt wel om vakkundige begeleiding.

© Ed van der Post