Lactuca sativa

De wetenschappelijke naam van wat we in de Nederlandse volksmond ‘kropsla’ noemen is Lactuca sativa. Maar alle slasoorten zijn ontstaan uit de Lactuca serriola of kompassla. Deze komt voor in Azië en Noord-Afrika tot in Noord-Europa, op open plekken in het bos, op rotswanden en op braakliggende velden. Het woord Lactuca duidt erop dat sla een melksap bezit. De achternaam sativa (die onze kropsla aangeeft) vertelt dat het verbouwd werd. Het woord is ook gerelateerd aan het Franse woord salé (= zout, gezouten); de groente werd vroeger in het zout bewaard. Wat later werd o.a. de bindsla in Nederland kort gekookt, waar het de bijnaam ‘stoofsla’ aan dankt. Kortom: alleen het woord sla is verwarrend. Nog niet zo lang geleden, en zelfs nu nog, gebruiken we het woord ‘sla’ (bijvoorbeeld in kookboeken) als synoniem voor ‘salade’. Je heb je witlofsla, aspergesla, huzarensla,etc. Ook veel benamingen in het buitenland hebben het woord salade in zich. Zoals Hagesalat (Noorwegen) Kerti saláta (Hongaars). Van oorsprong is sla voornamelijk door het Romeinse Rijk in Europa verspreid. Vanuit China is het verspreid naar de Aziatische landen zoals Indonesië, Maleisië, Japan, etc. Europa heeft op zijn beurt de sla in Amerika geïntroduceerd (in 1494) en de consumptie is daar pas na 1904 echt van de grond gekomen. De belangrijkste markten voor sla waren, tot het einde van de twintigste eeuw, west Europa en Noord-Amerika, later pas gevolg door het Middellandse Zeegebied, gevolgd door bewegingen naar Noord-Europa en vervolgens naar de ‘Nieuwe Wereld’. Aan het eind van de twintigste eeuw werd sla belangrijk in Japan, China, Hongkong, Australië en enkele landen in Zuid-Amerika en Afrika. Op Nature.com is er een uitvoerig onderzoek te vinden naar de oorsprong van sla.

Op muurschilderingen in enkele Egyptische graftombes zijn afbeeldingen te zien van een plant die vermoedelijk een slanke voorloper van de bindsla is. Waarschijnlijk werd die plant toen niet als salade gegeten, maar geteeld om de olie die in de zaden zit. Na de Romeinen werd sla voor het eerst vermeld in John Gerards “Herball” van 1597. Hij heeft het over acht variëteiten. Binnen de geneeskunde stond sla vroeger bekend als roesmiddel. Hippocrates, geboren in 456 v. Chr., maakte al melding van deze toepassing. Het bittere melksap werd veel gebruikt als vervanging voor opium. Dr. Duncan uit Edinburgh bestudeerde de effecten van het melksap van sla en noemde het lactucarium. Verse sla bestaat voor 95% uit water en bevat melksap met stoffen die in grote hoeveelheden giftig zijn.

Rassen

In de Nederlandse zaadcatalogi van 1852 tot 1945 vinden wij 256 namen van slarassen. Daarvan zijn nu nog 33 verschillende rassen onder 105 rasnamen beschikbaar. De rassen kennen veel synoniemen, zoals beschreven door Rodenburg (1960: Varieties of Lettuce, an international monograph). De eerste duidelijke aanwijzing voor de slateelt in west Europa is te vinden in de “Ortis Sanitatis” (Schöffer, 1485). Al in de 16e eeuw was sla een geliefde groente zoals blijkt uit de kruidboeken (o.a. Dodoens, 1554). We moeten er wel bij aangeven dat het hier gaat om medicinale toepassingen van sla en niet als consumptiegroenten. Aan het eind van de 16e eeuw was er reeds een grote variatie aan kropslavormen, wat er op duidt dat sla toen reeds werd geselecteerd. In de 19e eeuw vindt een ware explosie in de toename van selecties (rassen) plaats die onder de meest uiteenlopende namen worden geteeld, doorlopend tot in de jaren zestig van de vorige eeuw. Zo nam het aantal zaadbedrijven geleidelijk toe tot aan de 60-er jaren, maar nam weer zeer sterk af in de periode daarna. Het aanbod van verschillende rassen nam daarentegen zeer sterk toe. Tussen 1880 en 1890 konden tuinders in Nederland uit minder dan 50 verschillende slarassen kiezen, ruim een eeuw later was dit toegenomen tot meer dan 350. In het begin van de vorige eeuw was er een grote overlap tussen het assortiment van de verschillende bedrijven, waarbij één ras door veel verschillende bedrijven werd aangeboden. Na de zestiger jaren veranderde dit en in de jaren 90 van de vorige eeuw werden bijna alle rassen door slechts één bedrijf aangeboden. Vanaf 1900 zie je ook dat sla een belangrijk exportproduct wordt. In veel landen wordt het geïntroduceerd als een gezonde westerse groente.

Explosie van sla in de wereld

Anno 2018 kun je praten over een enorme ontwikkeling van slateelt over de hele wereld. De wereldwijde commerciële hydrocultuurindustrie is de afgelopen tien jaar vier tot vijf keer zo groot geworden. En dan te bedenken dat hydrocultuurproductie pas commercieel gebruikt wordt sinds de jaren 1970. Maar de perceptie en de feiten geven aan dat de industrie de laatste vijf jaar echt tot grootschalige commerciële productie is gekomen en een alternatief is geworden voor de traditionele landbouw. Het begon met op zaagsel gebaseerde hydrocultuursystemen tot het gebruik van turf, stro en op zand gebaseerde media. Dit ontwikkelde zich uiteindelijk in de jaren 1970 tot de Nutrient Film Technique (NFT) met een eigen medium bekend als steenwol (Carruthers, 1999). Andere ontwikkelingen in de jaren 1970 waren onder meer het gebruik van fijne nevelsprays (Ein Gedi-systeem) en verschillende Japanse diepstromende systemen voor het recyclen van voedingsstoffen (Hanger, 1993).

Hydroponics

Sla kun je bijna het hele jaar door oogsten. Sla is een low-light, lage temperatuur gewas. Dat wil zeggen dat aanvullende verlichting en verwarming minimaal zijn ten opzichte van andere gewassen. Aan de andere kant is sla ook een zeer bederfelijke gewas. Je moet het dagelijks vers plukken en afleveren. Zo niet dan kunnen de kosten snel stijgen door de noodzakelijke temperatuur-gecontroleerde containers. En hoe langer het transport, hoe meer er verloren kan gaan. Aan de andere kant kunnen de lokale telers die een constante aanvoer garanderen, verse sla van gastronomische kwaliteit leveren en vaak de prijs ook omhoog bijstellen!

Kropsla, zoals ijsbergsla, wordt gewoonlijk niet aanbevolen voor hydroponics, maar er zijn genoeg andere soorten bladsla en bladgroenten die zeer geschikt zijn voor hydroponics. Botersla is het meest populair en heeft een snelle doorlooptijd en een uitstekende kwaliteit. Zelf heb ik eikenbladsla ook redelijk snel kunnen telen. Romeinse sla duurt iets langer om te laten groeien, maar je kunt er een hogere prijs voor vragen. Het is groter en heeft meer volume. Een andere opkomende markt voor hydroponics zijn de micro-groenten. Micro-groenten zijn de baby’s van sla, mosterd en kruiden die dicht op elkaar worden gezaaid en geoogst. De oogst gaat natuurlijk nog sneller.

Groeisystemen

Over de hele wereld worden verschillende hydroponicssystemen gebruikt voor de teelt van sla. In Japan bijvoorbeeld, wordt sla geproduceerd in ruimten (containers, gebouwen, magazijnen) onder kunstlicht. Hier kunnen ze in slechts dertig dagen sla van zaad tot het oogsten realiseren. De sla wordt in een zogenaamde aeroponically gekweekt. Voedingsoplossingen worden op de blote wortels gespoten. Computers automatiseren het hele groeiproces, ook de snelheid van de luchtstroom over het gewas. De echte handenarbeid komt van pas bij het zaaien en oogsten. Werknemers dragen handschoenen, mutsen en maskers tijdens het oogsten en de opbrengst is zo schoon dat het voor de levering aan lokale restaurants niet eens gewassen hoeft te worden. De sla wordt binnenshuis geteeld in gefilterde lucht en hierdoor kunnen de producten worden gecertificeerd als ‘bacteriënvrij’, waardoor de bezorgdheid over mogelijke bacteriële verontreinigingen worden weggenomen.

In Canada en ook in Nederland zijn een aantal grote commerciële bedrijven die gebruik maken van een vlotsysteem voor de productie van sla. De sla wordt geteeld in piepschuimplaten (of andere platen) die drijven op water met een voedingsoplossing erin. De vlotten met sla beginnen aan het begin van het kanaal en verschuiven langzaam naar het eind van het kanaal als de sla volgroeid is.

Veruit het meest populaire hydrocultuursysteem voor slaproductie in de Verenigde Staten, Indonesië en Europa is het NFT-systeem. NFT staat voor Nutrient Film Technique. De sla wordt geplaatst in plastic goten, meestal 2½ tot 6 inch breed, waardoor een dunne film voedingswater stroomt via de kale wortels. De voedingsoplossing wordt opgeslagen in een reservoir en een dompelpomp pompt de oplossing van het uiteinde terug naar de goten. De goten worden geplaatst onder een lichte helling zodat het voedingswater afloopt naar het uiteinde van de goot en vanaf daar weer naar het reservoir. Het pomp laat de voedingsoplossing circuleren in het systeem. Aangezien het voedingswater in een dunne laag stroomt, worden de wortels optimaal belucht. En aangezien het reservoir in een gesloten systeem zit blijft het schoon en heeft een maximale efficiëntie. Slechts een fractie van het water en de voedingsstoffen die nodig zijn voor de productie op land zijn noodzakelijk.

Gezond of niet?

In het begin, met name in de Egyptische cultuur, werden de slazaden gemalen om de olie te winnen (volwassen zaden bevatten tot 35% olie). De oude Egyptenaren beschouwden sla als een medicijn voor mannelijke onvruchtbaarheid. In oude culturen werd sla gerespecteerd als zowel eetluststimulans als slaaphulpmiddel. In de 19e eeuw werden pogingen ondernomen om de kennis van sla als medicinale plant enigszins te ordenen. Informatie in Poolse medische studies uit de 19e eeuw over sla verwijzen naar de giftige soort, Lactuca virosa. De gewone tuin-sla of Lactuca sativa v. en Lactuca hortensis, werden gebruikt als medicinale plant. In die periode werden met name het uitgedroogde lactescent sap en lactucarium als een bedwelmend middel beschouwd en gebruikt als kalmeringsmiddel en analgeticum. De werking van de stof was zwakker dan die van opium maar vrij van de bijwerkingen. In de praktijk bleek dat lactucarium in sommige gevallen betere curatieve effecten had dan opium. De oude meesters beschrijven dat er veel soorten sla zijn; de ene wordt geteeld en groeit in de tuin en die mag men gebruiken voor consumptie, maar rauw gegeten wordt het gezien als schadelijk voor de maag. Goethe beschrijft in 1787: “Der Salat van Zartheit und Gesmack wie eine Milch” daarom werd de sla door de ouden in het Latijn lactuca, (van ‘lac’, melk) genoemd.

In 1847 werd de plant in het gebied van de Moezel veel verbouwd en werd het lactucarium via Engeland naar Noord-Amerika verscheept. Ook in andere Europese landen nam de teelt in deze tijd toe. Er zijn natuurlijk diverse onderzoeken gedaan naar het sap om de werking te bevestigen. De mogelijkheid om lactucarium te verkrijgen uit sla heeft ertoe geleid dat het in Polen volop werd gekweekt en dat Poolse apothekers en artsen belangstelling toonden voor het spul en hun eigen onderzoek naar sla en het daaruit verkregen sap van lactaat opstartten. Resultaten van onderzoek naar sla werden gepubliceerd in 19e-eeuwse tijdschriften door onder andere Jan Fryderyk Wolfgang, Florian Sawiczewski en Józef Orkisz.

In de Chinese geneeskunde wordt sla ook veel gebruikt. Het gedroogde sap wordt aanbevolen als een wondontsmettingsmiddel en de zaden worden gebruikt als galactogoot (om de melkstroom bij moeders die borstvoeding geven te verhogen). Meer recent komen er opiumproducten van sla op de markt die aangeprezen worden als verdovende substituten bedoeld om te worden gerookt of om in combinatie met marihuana te worden gebruikt om het effect en de smaak te verbeteren. Daarom was de plant in de jaren zeventig populair in de V.S., waar deze verkocht werd onder namen als: Lettuce Opium, L’Opium Lettucene. Duizenden Amerikaanse jongeren gebruikten in de hippie-tijd deze legale drug.

Al in 1898 stond in de United States Pharmacopoeia en in 1911 in de British Pharmaceutical Codex het gebruik beschreven van lactucarium in zuigtabletten, tincturen en siropen als een kalmeringsmiddel bij prikkelbare hoest of als een mild hypnoticum als middel tegen slapeloosheid.

Natuurlijk bevat sla ook nog kalium, ijzer, vitamine C, A en K en foliumzuur. De moderne marketing maakt daar volop gebruik van en spreekt ook over de gezonde werking van de antioxidanten in sla. De antioxidantwaarde van ijsbergsla, in rauwe vorm, beschreven in ORAC units, zijn 438 μ mol TE/100g. Dit aantal is relatief, vooral wanneer je dit vergelijkt met andere groenten.
Bovendien is de waarde afhankelijk van het seizoen (zomer hoger en winter lager) en verdwijnt de werkzaamheid al heel snel bij verwerking van de sla. Denk daarbij aan wassen van de kroppen, afsnijden, kleinsnijden, via centrifugetechnieken drogen, bewaren en vervoeren. Het is raadzaam om niet de voorverpakte slabladeren te kopen die vaak in supermarkten te vinden zijn. Deze ‘sla’ is, als ze eenmaal is geplukt, gesneden, gewassen, verpakt, blootgesteld aan licht en vervolgens een paar dagen op een supermarktschap heeft gestaan, gereduceerd tot 99% water wat je koopt, dus weinig voedingswaarde.

Daarnaast hangt de voedingswaarde ook nog sterk af van waar de sla vandaan komt. Zo blijkt dat de concentratie van twee belangrijke fenolische stoffen, namelijk chicoric acid en chlorogenic acid ongeveer 2,5 tot 5,5 keer zo hoog is bij het kweken van sla in het open veld in verhouding met sla uit hoge tunnelkassen. De gezondheidsclaims moet je dan ook zien in perspectief met andere groenten. En dan blijkt sla maar een kleine rol te spelen. Maar belangrijker nog is dat je sla objectief moet gaan benaderen en niet los mag zien van de schadelijke effecten op het menselijk lichaam.

Het sap lactucarium

Sla produceert een melkachtige latex van verschillende chemische bestanddelen. Er zijn 587 latexeiwitten geïdentificeerd uit de slalatex met behulp van multidimensionale proteïne-identificatietechnologie. Een bio-informatica-analyse toonde aan dat de meest frequent aangetroffen eiwitten in de latex organellen-eiwitten zijn, gevolgd door nucleïne- en cytoplasmatische eiwitten. En de latex bevat tevens verschillende bittere verbindingen, zoals de sesquiterpene-lactonen genaamd lactucine en lactucopicrine. Interessant is dat dezelfde verbindingen verantwoordelijk zijn voor de bitterheid in cichorei en radicchio (Cichorium intybus), beide ook nauw verwant aan sla. In 2009 toonden Koreaanse onderzoekers aan dat de concentraties van deze bittere verbindingen veel hoger waren in bladeren op bloemstengels dan in bladeren aan de basis van de plant. Dit zie je gebeuren wanneer de planten nog erg klein zijn, of wanneer ze heel dicht bij elkaar worden geplant voor de productie van salademixen en/of blootgesteld worden aan stress. Het sap wordt verkregen door het bovenste gedeelte van de stengel af te snijden, waardoor de latex eruit kan lopen. Na vierentwintig uur wordt het een dunne plak. De verzamelde latex wordt vervolgens in stukjes gesneden en gedroogd. Het krijgt tijdens het droogproces geleidelijk een bruinachtige kleur. De geur is karakteristiek en doet denken aan die van opium. Het hoofdbestanddelen hiervan is lactucerine of lactucon. Lactucarium bevat naar verluidt ongeveer 0,2% lactucine, een sesquiterpinoïde lacton (sesquiterpeenlactonen werken ontstekingsremmend). Bovendien bevat het mengsel een vluchtige olie, caoutchouc, mannitol en lactucerol (taraxasterol) (ongeveer 50%). In Frankrijk, in Aubière, was het zo populair dat de apotheker H. Aubergier vrouwen uit het dorp in dienst moest nemen om de planten te snijden en het sap met de hand te oogsten. Tegenwoordig wordt het gedaan door een extractie met water en alcohol in een modern laboratorium. Er zijn diverse patenten gedeponeerd waarbij lactucerine wordt gebruikt. Zoals in een farmaceutische middel met lactucarium uit sla voor de behandeling van neurologische aandoeningen. Maar je kunt het ook vinden in voedingssupplementen en hoestmiddelen.

Is Lactuca sativa wel een groente?

Historische gezien blijkt Lactuca sativa vrijwel niet als groente te zijn gebruikt. In het oude Egyptische rijk 2680 BCE, werden voornamelijk de zaden van de sla gebruikt om olie te persen en als offer. Het latexachtige sap werd opgenomen in de vruchtbaarheidsriten van Min als afrodisiacum om de erectie tijdens de copulatie te versterken. De klassieke Grieken en Romeinen aten het waarschijnlijk rauw als bijgerecht of als basis voor soepen. De gedachte bij het eten en offeren was de specifieke werking. Dus niet omdat het zo gezond was. Dat laatste wordt helaas nog vaak geschreven. Er was een belangrijke associatie van sla met de god Min (later verward met Amon). Hij was een god van vruchtbaarheid en voortplanting. Hij wordt getoond in verschillende configuraties, maar de belangrijkste kenmerken van zijn voorstellingen zijn: een struisvogelveren hoofdtooi, een gesel of flagellum (betekende kracht), een offertribune met grote, rechtopstaande slaplanten achter hem en een rechtopstaande fallus voor hem (Bleeker, 1956). De god wordt vaak afgebeeld op tempel- of grafmuren, maar als je één Min hebt gezien, herken je deze god overal direct. De slaplanten achter hem worden echter getoond in combinatie met een grote verscheidenheid aan behandelingen, die in de loop van de jaren geen einde maakten aan de verwarring voor geleerden (prof. Harlan’s werk). Het is duidelijk dat in de oudheid sla gewaardeerd werd als pijnstiller, kalmerend middel, narcoticum en door de Egyptenaren en Romeinen ook als een afrodisiacum. Het werd zeker niet gezien als voedsel. Tot zeker in de Middeleeuwen werd sla gezien als een medicinale groente vanwege zijn lactucarium. Je komt daarom tot in de Middeleeuwen sla niet tegen in kookboeken. Pas na de Middeleeuwen kom je het woord ‘latuwe’ tegen, onder de naam ‘sluit-latuwe’ en ‘krop-latuwe’ of ‘krop-falaat’ (f uitgesproken als s). Het was toen bekend als moestuinkruid en werd in de salade gebruikt (1777). Hierbij heeft het woord salade een andere betekenis dan het nu heeft. In kookboeken kom je het dan tegen als krop-falà, vette kous en latouw. Meestal werden deze geteeld in landhuizen, lusthoven en plantages. Want sla had toen de reputatie om onfatsoenlijke verlangens, erotische dromen en de daaruit voortvloeiende nachtelijke emissies te remmen. Toen de nachtelijke bezoeken van verleidelijke incubi en succubi de arme nonnen en monniken in de kloostergangen troffen, was er nauwelijks een klooster zonder sla en andere lust-remmende middellen zoals dille en kuisboom (monnikspeper). De monniken kenden de geschriften van bijvoorbeeld Dioscorides (40-90 AD), die schreef: “Sla is goed voor de maag, koelt een beetje, ontspant, verzacht de maag en helpt bij het geven van borstvoeding. De zaden die in een afkooksel worden gemaakt, helpen diegenen die last hebben van onvrijwillige nachtelijke ejaculaties en ontmoedigen coïtus.”. Pythagorese filosofen, die probeerden te voorkomen dat ze seksuele energie sublimeerden in plaats van dissimeerden, gebruikten ook sla in hun dieet. In de oude theorie van het humorisme, bekend bij alle kloosterbewoners, werd deze groenteplant ingedeeld als vochtig en verkoelend tot de derde graad: het koelt zowel het lichaam als de passies. Kenmerkend waren de buitenste rode bladeren. In ‘Den Neder-landschen herbarius ofte kruid-boek der voornaamste kruiden van 1698’ spreekt men over de ‘Bastaart Hasen-latouw’, of ‘wilde latouw’, een kruid waarvoor eigenlijk nog geen naam was. Bekend was wel de Hof-salade of Hof-latouw …latuw (Lactuca sativa). De Pruisen noemden het ‘tepelkruid’ (borstvoeding). In andere landen, zoals de Aziatische landen, werd het door de introductie van sla vanuit China wel gebruikt, maar werd het eerst gekookt. Ook hier was het van oorsprong een kookgroente en een garnituur. De kropsla, voornamelijk de botersla, werd gebruikt als garnering. En vaak werd deze alleen gegeten tijdens feestdagen in de vorm van een soep. Rauwe sla was ondenkbaar. In India werd de lactuca serriola (Kahu) gebruikt voor zijn zaden en voor zijn medicinale eigenschappen (ayurveda).

Sla in de keuken

In de Chinese cultuur wordt sla over het algemeen beschouwd als gelukbrenger en wordt het geserveerd bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen en nieuwjaarsdag. In andere landen werd het voornamelijk in de vorm van bijvoorbeeld sorrel-soep (green borscht) als een voorjaarsdelicatesse in de oost Europese keuken gebruikt, maar ook in Frankrijk werd het als soep gegeten. In Vietnamese gerechten werd het gebruikt in soepen en loempia’s. In de Arabische wereld wordt nu wel gezegd dat sla een hoofdbestanddeel is van salade, maar wanneer je kijkt naar de echte ‘Arabic salad’ in de oude kookboeken, lees je dat deze salade geen sla bevat! In bijna alle traditionele salades kom je feitelijk geen sla tegen. Een van de redenen is dat groenten door de eeuwen heen, en ook in andere culturen, een onderdeel vormden van religie, gewoonten, geld, gezondheid en wetgeving. Tot aan de Middeleeuwen hadden de kerk en oude tradities een sterke invloed op wat de mens mocht eten. Zo hadden in Nederland en Engeland de groenten in de Middeleeuwen een imagoprobleem: ze waren ongezond volgens de toen geldende dieetleer en bezaten een lage status. Behalve de mensen die zich een kok konden veroorloven gebruikten soms sla (gekookt). De eerste aanwijzingen staan op een schilderij uit 1759 van Pietro Longhi. Bovendien was het in de Middeleeuwen heel gewoon om van alles dat men at, te weten tot welk element het behoorde, omdat al het voedsel werd onderverdeeld binnen een van deze vier temperamenten. Dus voedsel werd gericht gebruikt en was verbonden aan symbolische betekenissen. “Eters van groenten en fruit zijn een kort leven beschoren. Want deze producten zijn slecht voor de spijsvertering en geven weinig voeding,” aldus de opvatting in de 17de eeuw. Pas aan het eind van de zeventiende eeuw, toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgericht, begon een periode van grote welvaart en veranderde ons voedingspatroon. Er kwamen meer tropische, exotische producten in onze maaltijden. Op de stillevens uit de Gouden Eeuw zie je dan ook wel zomerfruit en artisjokken, maar gewone sla of tuinkruiden helaas niet. In de 18e eeuw begint zich de grootschalige landbouw langzaam te ontwikkelen. En later, in de 20e eeuw, zie je in Nederland dat de opkomst van de huishoudscholen een grote verandering teweegbrengt onder de bevolking op het gebied van voeding. Na de Tweede Wereldoorlog begon dan de ontwikkeling van massaproductie van voeding. Door de ontwikkelingen in de 20e eeuw met betrekking tot nieuwe verpakkings-, opslag- en vervoertechnieken is de levensduur en transporteerbaarheid van o.a. sla enorm verbetert en heeft geresulteerd in een aanzienlijke toename van de beschikbaarheid. Maar het duurde wel tot de jaren 1950, door de toen ontwikkelde vormen van vacuümkoeling en ijskoeling, dat het op grote schaal consumeren van sla echt van de grond kwam. Momenteel zie je dat door de ontwikkeling van hydroponics het aantal landen dat opeens sla als groente gaat eten enorm toeneemt. Indonesië is daar een mooi voorbeeld van. Voor de introductie van hydroponics werd sla als decoratie gebruikt. Mede waarschijnlijk doordat Indonesië niet een echt klimaat heeft voor sla en het nu wel mogelijk wordt om het te produceren. Er zijn dan ook duizenden kleine hydroponics bedrijfjes die sla telen. Erg is dat in tropische landen en zelfs in de woestijn ook sla geteeld wordt, terwijl het daar klimatologisch niet hoort.

De gevaren van sla

Onder professionals heeft sla een slechte naam. Het is erg bederfelijk en alleen al in de VS wordt een half miljard kilo sla per jaar niet gegeten en dus weggegooid. Bovendien is sla (samen met andere groene bladgroenten) de grootste drager van ziekteverwekkers als het gaat om voedselgerelateerde ziekten. Volgens het Center for Disease Control (CDC) was (rauw gegeten) sla tussen 1998 en 2008 verantwoordelijk voor 22% van alle voedselgerelateerde ziektegevallen. Bovendien was conventioneel gekweekte sla verantwoordelijk voor verschillende recente uitbraken van Salmonella, E. coli en Listeria. De slaverkoop daalde bijvoorbeeld in maart van dit jaar plotseling enorm als gevolg van Salmonella-besmettingen. Het grootste deel van de recente uitbraken is afkomstig van de steeds populairder wordende voorverpakte sla – sla die is voorgesneden en voorgewassen-, meestal in gechloreerd water. De centralisatie van voedselverwerking in conventionele (en zogenaamde “Big Organic”) landbouw betekent dat duizenden slablaadjes verwerkt worden in één faciliteit. Dus als één blad verontreinigd is (van grond, dierlijk afval of andere verontreinigende stoffen) kan de gehele partij verwerkte sla vervuild raken (vergelijkbaar met problemen bij de productie van gemalen vlees). Experimenten toonden aan dat sap van gebroken bladeren de salmonella-groei in water met 110% verhoogt. En toen het sap werd toegevoegd aan een voedingsmedium dat salmonella ondersteunt, werd de groei van de bacterie met meer dan 2400 maal verhoogd (universiteit van Leicester in Engeland). Recentelijk waren er nog uitbraken in Canada (in december) en in de VS (in januari). We weten dat kropsla een populaire groente is en economisch gezien belangrijk. Maar tot nu toe was weinig bekend over mogelijke besmetting met Salmonella en E. coli O157:H7. Daarom onderzocht Inge Van der Linden in haar doctoraat hoe goed Salmonella en E. coli kunnen overleven op sla. Uit het onderzoek dat ze voerde aan het ILVO en de UGent blijkt dat ze wel degelijk kunnen overleven zowel op slazaden, in irrigatiewater en op de sla zelf, maar ook dat de bacteriën hun verblijf op de sla nogal stresserend vinden. Onze voorouders wisten al dat je sla moet koken…

Nitraat

Sla is dus gevaarlijk vanwege het grote bacteriële besmettingsgevaar. Maar waarschijnlijk nog veel gevaarlijker zijn de feiten over nitraat.

Stikstof is een essentieel element voor plantengroei en -ontwikkeling. Wat we zien is dat door o.a. milieuvervuiling en kunstmest hoge nitraatconcentraties zich ophopen in de eetbare delen van onze bladgroenten. Vooral als er overmatige stikstofmeststof wordt gebruikt. Het is duidelijk dat de totale stikstofconcentratie in de bodem en de nitraatconcentratie in o.a. sla toenemen naarmate de hoeveelheid stikstofmeststof toeneemt. Als de aanbevolen hoeveelheid anorganische meststof (100 kg · N · ha-1) als vergelijkingsstandaard wordt gebruikt, hebben slaplanten die zijn aangevuld met organische meststoffen (200 kg · N · ha-1) aanzienlijk langere en bredere bladeren, hogere scheutvorming en lagere concentraties nitraat. Ook binnen de hydroponics zien we dat sla gekweekt in NO3 -N oplossing meer biomassa en grotere aantallen bladeren per plant produceert. Ook is duidelijk dat naarmate er meer NO3 gebruikt wordt in de voeding, het nitraatgehalte uiteindelijk ook hoger is. Alleen bestaat er in de “academische” gemeenschap nog steeds een controverse over de veiligheid voor de mens van het nitraat- en nitrietgehalte in ons dieet. Feit is dat het nitraatgehalte enorm verschilt per land, regio of teeltmethode. Slaplanten uit traditionele organische landbouw hebben de helft minder nitraat dan die op basis van hydroponics. Bij biologisch-dynamische landbouw is dit nog lager. Heel vreemd wordt het wanneer je kijkt naar de politieke ontwikkelingen met betrekking tot het toelaatbare nitraatgehalte. En nog vreemder is het dat sla juist als Vitamine C-groente wordt gepromoot terwijl we weten dat een (te) hoog nitraatgehalte niet samengaat met een hoog vitamine C-gehalte. Er is licht nodig om meer energie als CO2 te fixeren om vitamine C-synthese en nitraatassimilatie in planten te versnellen. Lees het hele verhaal over nitraat in mijn andere artikel.

Zakelijk en commercieel belang

Sla is het meest waardevolle groentegewas binnen hydroponics, want op de wereldwijde markt vertegenwoordigt sla naar schatting meer dan 32,9% van de marktvoorraad binnen de hydroponicsteelt. De totale sla-export bedroeg in 2016 2,4 miljard US-dollar, een stijging met 2,6% over de periode van vijf jaar vanaf 2012. De laatste jaren daalt het echter omdat steeds meer landen zelf hydroponics-sla gaan produceren.

Hieronder staan de landen die in 2016 de meeste sla exporteerden:

  1. Spanje: $ 790,9 miljoen (32,7% van de totale export van sla)
  2. Verenigde Staten: $ 479,1 miljoen (19,8%)
  3. Italië: $ 217,4 miljoen (9%)
  4. Nederland: $ 205,7 miljoen (8,5%)

De productie van verwerkte kropsla schommelt tussen 120 en 125 miljoen kg. (1981)

  1. Mexico: $ 157,8 miljoen (6,5%)
  2. België: $ 88,7 miljoen (3,7%)
  3. China: $ 81,2 miljoen (3,4%)
  4. Maleisië: $ 20 miljoen (0,8%)

Bladgroenten genereren naast cannabis de meeste winst: ongeveer $64 per square feet (6 m2) of ongeveer $2.800.000 per acre (0,4 Ha) oftewel $7.000.000 per hectare. Dit komt natuurlijk doordat de gemiddelde opbrengst van de conventionele slaproductie ongeveer 30.000 pond per hectare is terwijl de binnenteelt jaarlijks gemiddeld 340.000 pond per hectare.

© Ed van der Post