LED licht

Iedere tuinder weet dat zonlicht het beste is om planten te laten groeien, van zaad tot plant, bloem of fruit. Maar soms is er simpelweg niet voldoende zon. Dat is een van de redenen waarom het “tuinieren” met hydroponics steeds populairder wordt; door kunstlicht kun je het groeiseizoen verlengen en planten laten groeien die het hier normaal gesproken niet doen.

Kunstlicht gebruiken lijkt simpel. Maar als je lampen wilt gaan kopen beland je al snel in een oerwoud van aanbieders die stuk voor stuk beweren dat hun lamp het beste is, waarbij de prijzen flink kunnen oplopen. Wie moet je nu geloven? Wat is waar? In dit artikel zal ik proberen daarover wat helderheid te verschaffen.

Om te beginnen houd je altijd de natuurlijke ideale omstandigheden in je achterhoofd. De meeste planten in een moestuin hebben tussen de vier en zes uur direct zonlicht per dag nodig, plus minstens tien uur indirect zonlicht. Om dat te imiteren moet je je verlichtingssysteem zo instellen dat je planten minimaal veertien tot zestien uur helder kunstlicht krijgen. Maar de duisternis is net zo belangrijk als het licht. Net als dieren hebben planten tijd nodig om te rusten en te metaboliseren. Hoe lang, dat is per plant verschillend, denk maar aan winter- en zomergroenten. Er zijn drie groepen:

Korte-dag-planten: Willen een lange periode van duisternis om te fotosynthetiseren en bloemen te produceren. Als ze worden blootgesteld aan meer dan twaalf uur licht per dag, bloeien ze niet. Voorbeelden: aardbeien, bloemkool, kerstster en chrysanten.

Lange-dag-planten: deze hebben tot achttien uur zonlicht per dag nodig. Dit zijn bijvoorbeeld tarwe, sla, aardappelen, spinazie en rapen.

Neutrale planten: deze zijn het meest flexibel. Ze produceren vrucht, ongeacht het licht waaraan ze worden blootgesteld. Enkele voorbeelden zijn: rijst, aubergine, rozen en maïs.

Lumen en Par

Voor de fotosynthese in groene bladgroenten zijn naast de tijd waaraan de planten worden blootgesteld aan licht (lichthoeveelheid) ook de intensiteit (lichtsterkte) en het soort licht (lichtspectrum) van belang. Er is een minimumlichtsterkte nodig om de fotosynthese te laten beginnen en bij een toename van de lichtsterkte neemt de intensiteit van dit proces toe. Genetisch is bepaald hoeveel licht een plant “aankan”. Bij een bepaalde lichtsterkte bereikt de fotosynthese een maximum. Die lichtsterkte is de optimale lichtsterkte.

De lichtsterkte wordt aangegeven in Lumen. De gemiddelde E27-kamerlamp geeft zo’n 400 tot 800 lumen af. LED-kweeklampen halen lumens tot wel 80.000 of 100.000. Maar dit zegt nog niets over hoe goed de lamp is voor je planten. Mensen zien namelijk vooral geelgroen licht terwijl planten juist het meest baat hebben bij blauw tot rood licht. Het idee is dat planten alleen bepaald licht uit het spectrum gebruiken om tot fotosynthese te komen. Hierbij wordt de afkorting PAR (Photosynthetic Active Radiation) gebruikt. Hoe meer PAR, hoe meer van het juiste licht de lamp produceert.

Meer voor minder

De wetenschap weet nu exact welke lichtintensiteit, duur en kleur (Het hele spectrum van licht zit tussen de 400-700 nanometer, kleurenspectrum)  je moet gebruiken om een plant “optimaal en snel” te laten groeien. Maar hoewel het chlorofyl in de bladgroenkorrels oranjerood en blauw/violet licht absorberen, zijn er ook andere pigmenten in de bladgroenkorrels die gevoeliger zijn voor geel/groen licht. Deze – en ook het chlorofyl b – kunnen de opgevangen lichtenergie doorgeven aan chlorofyl a. Dus persoonlijk zou ik voor een gewone LED-daglichtlamp gaan. Deze zijn doorgaans goedkoper in de aanschaf en gebruiken bovendien minder elektriciteit. Omdat ze LED zijn, zullen deze lichten bovendien de bladeren niet verbranden. Warmwitte LED’s (3000K/4000K) hebben de voorkeur, omdat daarbij de verhouding van golflengten (kleurspectrum) ideaal is voor planten. Wij mensen zien wit, maar alle kleuren zijn hierin aanwezig. Veel telers geven eigenlijk de voorkeur aan ‘warmwitte’ LED’s (3000K/4000K) bij groenten. De reden hiervoor is dat bij de “warmwitte” kleurtemperatuur de “verhouding” van golflengten ideaal is voor planten, en alle kleuren hierin aanwezig zijn.  Hierbij is dus niet de witte kleur belangrijk maar het hebben van de juiste hoeveelheid van elke golflengte is belangrijk.

Alleen als je echt bloemen of fruit wilt telen raad ik je aan om bij het opkweken of om de groeifase te stimuleren, een 4-band spectrum of alleen wit en blauw licht (eventueel 7-band) te gebruiken. Indien je je plant ook wilt laten bloeien dan moet je een Full Spectrum hebben. Vraag altijd na uit welke nanometers (kleuren) het spectrum is opgebouwd. De volgende kleuren moeten er in ieder geval inzitten: rood, ver rood, blauw, UV, IR, groen en wit. Een voorbeeld van een lamp die weinig elektriciteit gebruikt en voldoet aan deze voorwaarden is “Feit Electric GLP24FS/19W/LED Dual Full Spectrum Grow Plant Light, 24″ 19W” of Philips met zijn assortiment T8.

Duurzaam

Kunstmatig licht is noodzakelijk om buiten het seizoen te kweken. Maar de ontwikkeling van de tientallen soorten groeilampen en hun elektriciteitsverbruik gaat ten koste van duurzaamheid. Het is normaal dat lampen voor kwekers weer 800 watt tot hoger verbruiken en dat in grote aantallen. Alles om de plant sneller te laten groeien in een kortere tijd. Maar met iets meer geduld kan hydroponics binnenshuis ook prima met simpele lampen die goedkoop zijn in gebruik. Misschien iets minder effectief dan de dure en stroomvretende rood-blauwe lampen, maar heel wat duurzamer.

We zullen u op de hoogte brengen welke lampen het best zijn

©Ed van der Post