Het effect van ver-rood licht op de strekking van planten
Stel je voor: je staat in je hydroponics-opstelling, kijkt naar je aardbeien die net onder de LED hangen, en je vraagt je af waarom de ene plant wel strekt en de andere strak blijft.
Het antwoord zit ‘m vaak in een detail dat je makkelijk mist: de verhouding tussen rood en ver-rood licht. Dit is geen hogere wiskunde, maar een simpele knop waar je aan kunt draaien om je gewas te sturen. In de kas of in je indoor kweekruimte, zonder aarde en met een voedingsoplossing die je zelf beheert, heb je die controle letterlijk in handen.
Wat is ver-rood licht en waarom doet het ertoe?
Ver-rood licht zit net achter het zichtbare rode spectrum, tussen de 700 en 800 nanometer.
Je ziet het niet, maar je planten voelen het wel. Het werkt via fytochromen: een groep fotoreceptoren die reageert op rood en ver-rood. Dat systeem stuurt onder meer de strekking van je planten aan. In hydroponics, waar je elke factor zelf bepaalt, is dat een krachtig middel.
Waarom is dat relevant? Omdat strekking direct invloed heeft op je opbrengst en kwaliteit.
Te veel strekking levert slappe stengels, minder blad en een lastige oogst.
Te weinig strekking kan de groei beperken. Bij hydroponics zonder aarde ben je afhankelijk van licht, voeding en klimaat. Lichtkwaliteit is dan een van de makkelijkste knoppen om te draaien.
Verhouding rood-verrood licht is van invloed op strekking
De verhouding tussen rood (rond 660 nm) en ver-rood (700–800 nm) bepaalt hoe de fytochromen in je plant schakelen.
Een hogere verhouding rood‑verrood stuurt de plant naar een meer compacte vorm. Een lagere verhouding geeft meer strekking. In de praktijk merk je dat aan de stengellengte, de bladstand en de overall plantstructuur. Belangrijk: lichtintensiteit (hoeveel licht) is iets anders dan lichtkwaliteit (de verhouding tussen golflengtes).
Spectrumproef LED’s bij verse aardbeienplanten
Je kunt dezelfde intensiteit leveren met een andere verhouding rood‑verrood, en dan verandert het strekgedrag. Die verwarring zie je vaak terug bij beginnende kwekers.
Trek dus scherp onderscheid tussen de twee. Delphy Improvement Centre in Bleiswijk voerde een spectrumproef uit met aardbeienplanten onder LED.
De proefduur was 6–8 weken, onder leiding van onderzoeker Jeroen Boonekamp. Het doel: in kaart brengen hoe de rood‑verrood verhouding de strekking beïnvloedt, en of dat verschilt per ras. Om koelingseffecten uit te sluiten, werkte Delphy met verse, ongekoelde planten.
Dat zorgt ervoor dat verschillen in strekking echt aan het licht komen en niet aan temperatuurverschillen tussen armaturen. De uitkomst was helder: de rood‑verrood verhouding beïnvloedt de strekking, en het effect is rasafhankelijk. Bij de ene aardbeiencultivar zie je snel meer strekking bij een lagere verhouding, bij een andere cultivar is het effect kleiner.
Werkende modellen in hydroponics: armaturen en prijzen
In hydroponics kies je meestal voor LED-armaturen die je per sectie of per rack kunt afstemmen.
- 1x volledig spectrum LED-balk, 150–200 μmol/m²/s op plantniveau, ca. €120–€180 per balk.
- 1x rood kanaal (660 nm), 50–80 μmol/m²/s, ca. €60–€100 per balk.
- 1x ver-rood kanaal (730–750 nm), 20–40 μmol/m²/s, ca. €60–€100 per balk.
- Controller voor spectrumsturing (bijv. per zone), ca. €150–€300.
Voor rood‑verrood sturing kijk je naar tunable spectrum-lampen of aparte kanalen met rood (660 nm) en ver-rood (730–750 nm). Een praktische basisopstelling voor een rack van 1,2 x 2,4 meter (standaard hydroponics formaat) ziet er vaak zo uit: Totaal per rack: €290–€680, afhankelijk van merk en afregeling. Populaire hydroponics-merken met tunable opties zijn Spider Farmer, Mars Hydro of Fluence.
Kies voor armaturen met aparte rood/ver-rood kanalen, zodat je de verhouding fijn kunt bijstellen. Modellen met vaste spectrumverhoudingen (bijv.
4:1 rood‑verrood) werken ook, maar geven je minder speling. Voor rasafhankelijke tuning is een tunable setup het meest praktisch.
Zorg dat je PAR-metingen kunt doen (μmol/m²/s) en dat de lampen stabiel blijven bij langere brandduur.
Hoe je de verhouding praktisch instelt
Begin met een neutrale baseline: een volledig spectrum lamp op 150 μmol/m²/s, en voeg rood en ver-rood toe als aparte kanalen.
Stel een startverhouding in, bijvoorbeeld rood:ver‑rood = 4:1. Meet de PAR-waarde op plantniveau op meerdere punten, zodat je weet dat de verdeling gelijk is. Test per ras.
Bij aardbeien zie je vaak al binnen 2–3 weken verschillen in stengellengte en bladstand. Houd een logboek bij met:
- Rasnaam en startdatum.
- Verhouding rood‑verrood (bijv. 4:1, 3:1, 2:1).
- PAR-waarde op plantniveau (μmol/m²/s).
- Strekking (cm) na 2, 4 en 6 weken.
- Bladstand en stengelstevigheid (visueel en handmatig).
Werk met steekproeven: verander één factor per keer (bijvoorbeeld alleen de ver-rood hoeveelheid).
Zo voorkom je dat je niet weet wat de oorzaak is. En meet altijd met verse, ongekoelde planten, zodat je geen koelingseffecten meet die eigenlijk van de armatuurkoeling komen.
Praktische tips voor hydroponics zonder aarde
Sturing begint bij een stabiele voedingsoplossing. Gebruik een EC‑meter en pH‑meter en houd EC voor aardbeien vaak tussen 1,2–1,8 mS/cm, pH 5,5–6,2. Bij grootschalige aquaponics systemen en hydroponics (bijv.
NFT of DWC) bepaal je voeding volledig zelf, dus je kunt de plantrespons beter koppelen aan je lichtinstelling.
Combineer licht met klimaat. Een kleine temperatuurverschillen tussen dag en nacht (2–4°C) helpt de plantstructuur te versterken. Zorg voor goede luchtbeweging, zodat de plant niet slap wordt door hoge luchtvochtigheid.
En onthoud: lichtintensiteit is geen lichtkwaliteit. Je kunt een lamp harder zetten, maar als de verhouding rood‑verrood niet klopt, krijg je alsnog ongewenste strekking. Test per ras en per groeifase; zo ontdek je ook het effect van verschillende lichtspectra op de smaak. Jonge planten reageren immers anders dan vruchtdragende planten.
Voor aardbeien in fruitfase kan een iets lagere verhouding rood‑verrood helpen om de plant compact te houden, terwijl in de groeifase een iets hogere verhouding de bladproductie stimuleert.
Gebruik je logboek om die verschillen in kaart te brengen.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
Verwar intensiteit niet met kwaliteit. Een heldere lamp betekent niet automatisch de juiste verhouding rood‑verrood.
Zorg dat je aparte kanalen kunt sturen en dat je weet wat de verhouding is in percentages of verhoudingsgetallen. Test niet te snel. Geef een instelling minimaal 2–3 weken voordat je conclusies trekt.
Te vroeg wisselen leidt tot onduidelijke resultaten. En houd rekening met rasverschillen: wat voor de ene aardbeiencultivar werkt, kan voor een andere minder effectief zijn.
Vermijd koelingsartefacten. Soms zit er een fan of koelingsysteem in de armatuur dat de planten licht beïnvloedt, wat invloed heeft op de celwandsterkte van je hydro-planten.
Gebruik verse, ongekoelde planten voor je metingen, zoals Delphy ook deed. Zo weet je zeker dat je lichtkwaliteit meet en niet toevallige temperatuureffecten.
Samenvatting en eerste stappen
Ver-rood licht (700–800 nm) stuurt via fytochromen de strekking van planten. De verhouding rood‑verrood is de knop die je kunt draaien, en die verhouding werkt rasafhankelijk.
Delphy Improvement Centre toonde dit aan bij aardbeien onder LED, met een proefduur van 6–8 weken en onderzoek door Jeroen Boonekamp.
Zet je eerste stap: kies een tunable LED-opstelling met aparte rood en ver-rood kanalen. Stel een baseline in (bijv. 4:1), meet PAR, en test per ras.
Houd een simpel logboek bij en pas één factor tegelijk aan. In hydroponics zonder aarde heb je de controle: lichtkwaliteit is een van je krachtigste gereedschappen.