Artikelen

Home Artikelen

Nederlandse overheid verbiedt de biohydroponics het natuurlijke alternatief

Colloïdaal Zilver en Hydroponics

Natuurlijk alternatief voor chemische nutriënten in Hydroponics

Het gebruik van Hydroponics voor groenteproductie is tegenwoordig blijkbaar essentieel om producties te maximaliseren en opbrengsten te verhogen. Hoewel de technische kwesties met betrekking tot de productie goed worden onderzocht en besproken, is er minder informatie beschikbaar over de impact van hydroponics op de voedingsstatus van verse groenten en met name op het niveau van de bioactieve stoffen. Een aantal factoren zoals de bestrijding van ziekten en plagen die hierbij een grote rol spelen zijn het onderwerp van dit artikel. Het is weer jammer te moeten constateren dat de Nederlandse overheid zich door verkeerde mensen laat influisteren en kiest voor de slechte oplossing.

Bio-Hydroponics

Wat betreft de voedingstoffen die momenteel binnen de hydroponics worden gebruikt is er een nieuwe noodzakelijke ontwikkeling nodig, namelijk de bio-hydroponics. Deels vanwege de uitputting van de aanwezige grondstoffen en deels omdat de vraag in de komende jaren enorm zal toenemen. Daarom zal de kloof overbrugd moeten worden tussen minerale en organische plantenvoeding. Het belangrijkste is een andere kijk op wat voeding betekent. Want strikt genomen zijn er naast de afwezigheid van bioactieve stoffen (bioactieve verbindingen kunnen worden gedefinieerd als essentiële en niet-essentiële verbindingen die in de natuur voorkomen als onderdeel van de voedselketen en met een positief effect op de menselijke gezondheid. Bioactieve verbindingen bestaan uit chemicaliën die in kleine hoeveelheden in planten voorkomen (in bladeren, wortels, scheuten, schors en voedingsmiddelen zoals fruit, groenten, noten, oliën en granen) ook veel andere elementen zoals BRM’s (biological response modifiers) specifiek aan ieder kruid of groente die niet aanwezig zijn, of het gemis van salvastrolen. etc.

Desinfecteren en steriliseren

Het desinfecteren van het hydroponics-systeem om het risico op ziekten bij planten te voorkomen is logisch. Meestal worden deze plantenziektes in een hydroponics-systeem veroorzaakt door microbiële belasting, voortkomend uit de voedingsoplossingen of door milieuverontreiniging. Technologieën die beschikbaar zijn om te desinfecteren omvatten chemicaliën (monochloramine, chloor, chloordioxide, jodium, koperionisatie, koperzouten, zilverionisatie, ozon, waterstofperoxide, peroxyazijnzuur, ammoniumdesinfectiemiddelen), niet-chemische of fysische behandelingen (filtratie, warmte, stoom, ultrasoonapparaat en ultraviolette straling, ozon) en ecologische alternatieven zoals filters. Duidelijk is dat ook binnen de hydroponics de steeds beperktere toepassing van chemische middelen noodzakelijk zal worden. Dit betekent dat telers steeds meer naar alternatieven moeten zoeken.

Naast het desinfecteren wordt voor het steriliseren vaak gebruik gemaakt van bleekmiddel, waterstofperoxide en antibacteriële producten.

Ziekten en plagen

Het is dus niet zo dat hydroponics vrij is van ziekten en plagen. De bekendste zijn meeldauw, grijze schimmel (met name pythium), wortelrot en natuurlijk de nodige insecten zoals mijten, tripsen, bladluizen, wittevlieg en muggen. Ook virussen en bacteriën (Salmonella, E-coli (STEC), Legionella en Listeria monocytogenes, maar ook de virussen Hepatitis A en het Norovirus) kunnen schaden aanrichten. Met name de laatste jaren zie je regelmatig dat grote hydroponics-leveranciers van groenten te kampen hebben met E-coli. In het bijzonder was dit het geval in Amerika in 2018. De vermeende uitbraken in Nederland in 2005 en 2011 kostten de tuinders miljoenen. Komkommers, sla, tomaten en taugé waren de voornaamste slachtoffers. Wel is het zo dat de teeltwijze van groenten in hydroponics door de Nederlandse commerciële bedrijven momenteel de meest veilige teeltmethode is die er bestaat. De kleinschalige projecten zijn wat gevoeliger voor problemen.

Chemisch of Biologisch behandelen

Volgens een aantal schattingen zouden er honderden zogenaamde natuurlijke gewasbeschermings­middelen in de handel zijn tegen ziekten en/of plagen. Maar de toepassingen hiervan lopen toch achter in verhouding met chemische middelen. De reden is dat de algemene visie bij telers is dat men meestal pas geneigd is om dergelijke middelen in te zetten als er geen andere middelen (meer) voorhanden zijn. Vaak wordt dan geredeneerd ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Herkenbaar vanuit de menselijke medische wereld waar men ook vaak zo denkt bij het gebruik van natuurlijke middelen. Maar blijkbaar is dit ook in de land- en tuinbouw een gangbare visie. Het is vreemd omdat er veel uitstekende werkzame producten zijn die puur natuurlijk zijn. Zo zijn er bekende middelen op basis van kokosolie als insecticide op de markt tegen trips. Het is gebaseerd op de stof allicine (een krachtig antibioticum) het hoofdbestanddeel van knoflook. Deze stof verjaagt de trips. Maar ook dieren worden ingezet, zoals sluipwespen tegen de witte vlieg. Dus blijkbaar werken natuurlijke middelen wel, maar blijft de algemene opinie nog achterlopen of wordt deze door wetgeving op de achtergrond gedrongen. Een reden hiervan zou kunnen zijn dat er parallellen zijn met de farmacie en deze de industrie dwingt om uitsluitend gepatenteerde en “onderzochte” middelen te gebruiken. Zo bracht General Hydroponics fertilizers en pesticiden zoals AzaMax op de markt met daarin de nodige Monsanto chemicaliën. De cannabistelers spoten er vrolijk op los. Wanneer je de achtergrond bekijkt zie je dat het bedrijf General Hydroponics is gekocht door Scotts Miracle-Gro, een veroordeelde bedrijfscrimineel die Monsanto’s Round-Up en andere gifstoffen verkoopt. En deze heeft ook het Nederlandse verlichtingsbedrijf Gavita en het in Arizona gevestigde hydrocultuurbedrijf voor voedingsstoffen Botanicare gekocht. Dus infiltratie van de multinationals in de Hydroponicswereld. Het is een van de redenen dat natuurlijke middelen meer de aandacht moeten krijgen voordat het proces te ver is. Als het gaat om de gangbare plagen en insecten dan is er voldoende informatie te vinden.

Waarom ontstaan ziekten?

Een van de belangrijkste oorzaken voor de ziekten zijn de omgevingsfactoren. De groeiomgeving is vaak de belangrijkste factor die bijdraagt aan het uitbreken van een ziekte. Veel schimmel- en bacterieziekten hebben een hoge luchtvochtigheid of water nodig om succesvol het weefsel binnen te dringen. Dit is de reden dat ventilatie met luchtbeweging omhoog en onder en over gebladerte, en een goede vochtverwijdering, zo belangrijk zijn binnen gesloten teeltgebieden. Maar wanneer ze er zijn dan kiezen telers bij voorkeur uit een breed scala aan commerciële fungicide of bactericide sprayproducten, waarmee ze proberen een snelle en directe controle uit te oefenen. Beide benaderingen kunnen tot andere problemen leiden. Chemische sprays voor schimmelproblemen bijvoorbeeld kunnen resistentie veroorzaken in populaties van ziekteverwekkers, waardoor het product na slechts een paar toepassingen niet meer effectief is. Dit is een bekend verschijnsel. Momenteel is het brown rugose fruitvirus bij tomatenteelt een gevaarlijk virus dat resistent blijkt te zijn. Dus waarom niet voordat er een middel wordt ingezet jezelf afvragen, “waarom reageert deze plant op deze manier?”. Planten hebben hun eigen afweerstrategieën als het gaat om het voorkomen van ziekte-infecties. In feite veroorzaken de meeste schimmelsporen en bacteriële pathogenen die in een groeiende omgeving aanwezig zijn, nooit echt een significante ziekte-uitbraak.

Preventie de eerste en belangrijkste stap.

Een gezonde, stressvrij gewas heeft veel minder snel kans op ongedierte of ziekten. Problemen zullen altijd eerst de zwakste planten treffen. Als telers ervoor kunnen zorgen dat een groter deel van hun gewas gezond en sterk zijn, is er minder behoeften om andere middelen te gebruiken. Zo zijn de volgende basisbeginselen belangrijk:

  1. Water: additieven en andere onnatuurlijke verbindingen in kraanwater kunnen voedingsoplossingen vervuilen. In sommige gemeentelijke zuiveringsinstallaties zoals bij PWN en Evides gebruikt men chloordioxide. In het buitenland is het vaak normaal dat er chloor in zit. Maar ook andere chemicaliën kunnen op verschillende manieren invloed hebben op de planten.2. pH test: wanneer de pH van je voedingsoplossing buiten het gezonde bereik ligt, kunnen je planten ondervoed raken, en dat betekent zwakte. Veel planten hebben een pH van 5,5 tot 6,5 nodig om voedingsstoffen efficiënt op te nemen. Houd er rekening mee dat synthetische meststoffen – rijk aan zouten – de pH verlagen.
  2. Dingen niet schoonhouden. Als je een hydrocultuur opzet en het gebied eromheen rommelig en vuil maakt dan kunt je het risico op het verspreiden van ziekten of plagen naar je hydroponics-systeem vergroten.
  3. Het is algemeen bekend dat de voedingstekorten of verkeerde voeding de immuunfuncties kan beïnvloeden. Daartegenover staat dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat voor bepaalde voedingsstoffen en een verhoogde inname hiervan boven de momenteel aanbevolen niveaus kan helpen bij het optimaliseren van de immuunfuncties. En hiermee de afweerfunctie en dus de weerstand tegen infecties kan verbeteren, terwijl de tolerantie behouden blijft. De wortels spelen hierbij wel de belangrijkste rol in een ingewikkeld proces, en juist hierdoor is hydroponics bij uitstek geschikt.

Preventie een handje helpen

In Nederland is er gelukkig een bedrijf die zich volledig onderscheidt van andere namelijk door het ontwikkelen van op de natuur gebaseerde producten die de natuurlijke immuunrespons van de plant direct stimuleren.

Colloïdaal zilver

Je hebt  wellicht gehoord van colloïdaal zilver. Niet zo snel in de land-en tuinbouw sector maar omdat sommige mensen het gebruiken als ze een sinusinfectie voelen aankomen, terwijl anderen colloïdale zilver  gebruiken om huidklachten en infecties te behandelen die veroorzaakt zijn door bacteriën, gist, virussen en parasieten. Het staat daarom ook bekend als het antibioticum van de natuur. Het is dan ook geen verrassing dat colloïdaal zilver ook preventief, therapeutische en herstellende eigenschappen kan bieden aan onze planten en onze tuinen.

De kennis hierover op het welzijn van mens, dier en plant is eeuwenoud en iedere arts had wel een persoonlijke voorraad aan zilver in zijn dokterstas. Tot ongeveer 1999 werd in Amerika colloïdaal zilver gezien als een “pre-1938 medicijn” en mocht het als zodanig ook als medicijn gebruikt en verkocht worden.  Maar de tijden veranderen weer en vanuit een tuinbouwperspectief biedt dit  misschien een oplossing. In plaats voor een snelle oplossing, zonder de planten de nuttige bestuivers, of de mensen die de daaropvolgende vruchten of groenten verbruiken te beschadigen, kan dit een oplossing zijn. Want uiteindelijk wil niemand in zijn avondeten extra chemicaliën op hun groenten en fruit hebben. De schoonheid van het gebruik van colloïdaal zilver in de teelt is dat het zeer veilig is voor de planten, en voor de mens. Alleen overdaad schaadt. Daarom moet het wel voorzichtig gericht gebruikt worden op bacteriën, parasieten en andere pathogenen. En je moet altijd zeker weten dat je echt colloïdaal zilver gebruikt en niet zilver eiwit of ionisch zilver, aangezien sommige toxisch kunnen zijn.

Strikt genomen is zilver een antimicrobieel, wat betekent dat het schadelijke microben kan doden. Dat is een feit.  Zoals gebruikelijk zijn er twee kampen in de wereld die elkaar tegenspreken. Maar het feit dat er wetenschappelijke onderzoeken zijn gedaan is duidelijk.  (www.mdpi.com/1422-0067/19/2/444/htm)  Zilver wordt beschouwd als een antibacterieel middel met een bekende werkingswijze en zijn bacteriële resistentie is goed beschreven. Vooral de ontwikkeling van nanotechnologie leverde verschillende methoden op voor de wijziging van de chemische en fysische structuur van zilver, waardoor het antibacteriële potentieel ervan kan toenemen. Daaruit kwam ook naar voren dat de fysisch-chemische eigenschappen van zilveren nanodeeltjes en hun interactie met levende cellen aanzienlijk verschilt met  die van zilverionen. Bovendien is de verscheidenheid van de vormen en kenmerken van verschillende zilveren nanodeeltjes ook verantwoordelijk voor verschillen in hun antibacteriële werkingswijze en waarschijnlijk bacterieel resistentiemechanisme. En daarin ligt het verschil in de twee visies. Zilver kun je niet echt vergelijken met colloïdaal zilver.

Wat is colloïdaal zilver

Colloïdale mineralen zijn samengesteld uit enkelvoudige grote moleculen of groepen kleine moleculen in een vaste, vloeibare of gasvormige staat. Colloïden lossen niet op in een zuivere oplossing en zijn niet in staat om de celwand te passeren. De colloïdale mineralen die in een vloeistof zweven zijn niet in staat om elektriciteit te geleiden, en zijn niet betrokken bij bio-elektrische activiteiten in de plant. Het woordenboek geeft aan dat een colloïde een substantie is gemaakt van ultra fijne deeltjes die zich in een of andere vorm van suspensie of oplossing bevinden.  Colloïdaal zilver heeft een concentratie van 10 ppm

De ultra fijne deeltjes in een colloïde zijn ongeveer een honderdduizendste tot tienmiljoenste van een centimeter. (0,65 nanometer)  Zulke fijne deeltjes zijn nog steeds groter dan de meeste moleculen. De grens tussen de moleculaire en colloïdale mate van verdeling kan niet precies worden vastgesteld. De reden hiervoor is dat de overgang van grofweg verspreide systemen naar moleculair verspreide systemen een continu proces is.

Een colloïdaal systeem moet aan de volgende drie eigenschappen voldoen:

Ten eerste moet het heterogeen zijn (d.w.z. het moet bestaan uit ongelijksoortige ingrediënten of bestanddelen, zoals zilver en water); ten tweede moet het systeem multi-fase zijn (wat betekent dat het meer dan een fase moet hebben, zoals vast, gas, vloeibaar); en ten derde moeten de deeltjes onoplosbaar zijn (wat betekent dat ze niet in de suspensie oplossen en niet de elektriciteit geleiden). Elk van deze drie eigenschappen heeft interactie met de andere, en geven colloïden hun unieke kwaliteiten. Colloïdale suspensies met metalen ionen hebben soms uitgesproken voordelen boven zuivere oplossingen. Zilvernitraat in zuivere oplossing, bijvoorbeeld, reageert vanwege zijn bijtende reactie vijandig met lichaamsweefsel en lichaamsvloeistoffen, en doet vaak meer kwaad dan goed. Metallic zilver in een colloïdale suspensie daarentegen, levert zilver ionen in zo n hoeveelheid dat het een schadelijk effect op micro-organismes heeft, zoals virussen, schimmels, gisten en bacteriën. Dit gaat langzaam genoeg om het weefsel niet te irriteren. Daarom kan colloïdaal zilver direct worden toegediend aan planten, zonder enige irritatie. Daarentegen kan zilvernitraat in een zuivere oplossing, vanwege de bijtende reactie teweeg brengen.

Werking

Colloïdale zilver is effectief in het activeren van het zuurstofmetabolisme enzym dat nodig is om het leven van ongewenste organismen te ondersteunen.  Met name de interactie met het binnenmembraan van de bacterie is een van de belangrijkste mechanismen van Ag + -toxiciteit. Het scheidt het cytoplasmatische membraan (CM) van de celwand binnen 30 min bij zowel grampositieve als gram negatieve bacteriën, waarna het zich bind aan componenten van cytoplasma, eiwitten en nucleïnezuren.  Spuiten van colloïdaal zilver op planten geïnfecteerd met bacteriën, schimmels en virussen veroorzaken snel dat deze ongewenste organismen verstikken en vergaan, allemaal zonder de negatieve effecten van traditionele pesticiden. In tegenstelling tot antibiotica, ontwikkelen pathogenen, virussen, schimmels en bacteriën geen immuniteit tegen deze zilveren nanodeeltjes.

Colloïdaal zilver is een veiliger en meer organisch alternatief voor de vele giftige stoffen die in de handel worden gebracht voor tuinen en boeren onder de vlag van gewasbescherming. Colloïdaal zilver is in wezen zuiver water met daarbij ingesloten ultrakleine nanopartikels van zilver. Het Amerikaanse Milieubeschermingsagentschap (EPA) noemt dit zilver een oligodynamische biocide, wat betekent dat het primitieve levensvormen aanvalt, maar niet meer volwassen organismen schaadt.  Geen schade dus aan bijen, lieveheersbeestjes en andere nuttige insecten.

Hoe te gebruiken

  1. Bij grote fruit en groenten

In een studie gepubliceerd in het maart 2010 nummer van het tijdschrift Mycobiology, werden de wortels van groene uien behandeld met zilveren nanodeeltjes om Sclerotium cepivorum schimmelinfecties uit te roeien. Naast het feit dat het de schimmel had opgeruimd, verhoogde het zilver het vers gewicht en het droge gewicht van de uien, waardoor grotere meer wenselijke groenten werden geproduceerd.  Wanneer je colloïdale zilver op je planten hebt gespoten, kun je rustig rusten om te weten dat er geen residu overblijft. Colloïdale zilver kan ook gecombineerd worden met water en azijn om een ​​fruit- en groentewas te creëren. Vaak wordt een oplossing gebruikt  van 1 eetlepel colloïdaal zilver en 1 liter water.

Colloïdaal zilver  in hydrocultuur werkt uitstekend om wortelrot uit te roeien. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3741593

  1. Water Zuivering

Colloïdaal zilver bezit een uniek vermogen om watertoevoer en reservoirs te zuiveren. Verschillende luchtvaartmaatschappijen gebruiken zilveren waterfilters om watergebonden ziekte bij de lucht te houden. Het zuiveringsproces verwijdert bacteriën en algen uit het water, zoals blijkt uit het oorspronkelijk beoogde doel van de afgifte van zilverionen en het doden van bacteriën in de drinkwatertoevoer op het Apollo ruimteschip. Met behulp van colloïdaal zilver kunt je in je water inzamelingssysteem ervoor zorgen dat het water vrij is van bacteriën, algen en pathogenen.

  1. Schade

Colloïdaal zilver (Argentum) is een ethyleenblokker en voorkomt dat ethyleen als een autokatalysator werkt om ethyleenniveaus op te bouwen. Dit is vooral interessant in het geval van hagelschade en knop- en bloemdruppels, waardoor de bloeiperiode wordt verlengd.  Mineralen spelen een belangrijke rol in het versterken van plantencellen, met name: fosfaat, stikstof, calcium, silicium, borium en magnesium. Een aantal producten die als meststof verkrijgbaar zijn stimuleren eveneens het afweersysteem van de plant door o.a. de productie van salicylzuur te verhogen.

  1. Opslag en houdbaarheid verlengen van tomaten, appels en druiven. Een juiste oplossing van antibacterieel zilverwater en het besproeien van geteste tomaten en fruit met een oplossing van water met nanohoudend water vertraagde bijna twee keer het verschijnen van symptomen van hun microbiologisch verval. De auteurs toonden aan dat wassen van salade met water gemengd met zilver evenals zilver en waterstofperoxide effectiever was dan wassen met gechloreerd water. Zilver op 50 ppm veroorzaakte al op de dag van het wassen een significante vermindering van micro-organismen. De concentratie van 125 ppm resulteerde in een vermindering van 49% van micro-organismen in vergelijking met een monster dat alleen met water was gewassen. Volgens de auteurs is slechts 0,5 ppm zilver voldoende om het aantal Pseudomonas met 0,7 log te verminderen, terwijl de toepassing van chloor in een concentratie van maximaal 125 ppm geen significante effecten heeft opgeleverd. Ook bleek Enterobacteriaceae gevoelig te zijn voor een kleine hoeveelheid zilver. Slechts 0,1 ppm veroorzaakte al een reductie van 50% van deze bacteriën op de dag van het wassen van de monsters, terwijl bij een concentratie van 125 ppm na 4 dagen opslag een reductie van 3,72 log in vergelijking met monsters die met water waren gewassen plaatsvond.

(Ekielski, Adam & Rak, Co & Obiedzinski, Mike & Biller, Elzbieta & Gуrnicka, E.. (2015). APPLICATION OF SILVER NANOPARTICLES TO FRUITS AND VEGETABLES TO IMPROVE THEIR POST-HARVEST SHELF LIFE. 10.5593/SGEM2015/B61/S25.039. )

© Ed van der Post

Container farming

Container farming is the cultivation of products in a container, which is adapted in such a way that the weather conditions are overcome and fully is equipped with the most efficient hydroponics cultivation system possible. Container farming is hot. The superlatives will fly you over if you look for them. But is that right? Here is a critical view of this new way of vegetable growing.

The question we have to ask is whether the rise of container farming is a realistic technological development or only suitable for an exclusive crop of lettuce. It is time to puncture unrealistic expectations and to talk honestly about the possible advantages and disadvantages of this trend. I hope that through this article, which has arisen after research of the various sites, the exchange of experiences with people in various countries and stories that I have heard from all over the world, wich I will give you an as objective as possible picture of the real place that container farming could take in the future of food shortage.

When you look at the market for the supply of container systems, there are a number of companies that stand out. The best known are: Freight Farms, Smart Greens, CropBox, Modular Farms, Alesca Life and Agritom. The last company is more focused on fodder systems (grass cultivation). More unknown: Growtainer®, Madar Farms, Harvestsquared, BoxXLand, Urban Crop Solutions and Sprout Stack. The American containers are generally the best known. I think they owe this to their aggressive market approach with many promises.

It is striking that containers for container farming are not cheap. Unfortunately, most companies are not transparent about their prices and other information. But if you have enough money you can even have a container with your own name made as the Belgians have done with FARMPRO in cooperation with the company Urban Crop Solutions.

In the Netherlands we also have container farming. For example, there is the Dutch initiative of Patrick Stoffer (Freight Farms container), which now tries out one of these containers under the name Growlocal. He has shared his experiences with us. His vegetables mainly go to the residential and care center Humanitas in Deventer. Albert Heijn (grocer) and De Bakker Barendrecht (Urban Crop Solutions container) have also place one for the headquarters of Ahold Delhaize in Zaandam. Only that will be a publicity stunt rather than a contribution to our world food issue, I think.

Some figures

There is a lot of talk about the comparison with the yield of a container and traditional agriculture. For example, every 40ft sea container would yield the annual equivalent of three to five hectares of agricultural land. And in a container you could grow plants at least six times faster than on a conventional farm. Let’s look at the real numbers (numbers are averages).

  • fact 1. A 40ft container has a capacity of 66 m3. The length is 11.95, the width 2.33 and the height 2.37 meters.
  • fact 2. Lettuce on open ground yields (8 to) 12 crops of m2 and can be harvested twice a year.

Lettuce under glass yields an average of 20 corps of lettuce per m2, with an average of 5 harvests / year.Lettuce under glass based on hydroponics yields 70 corps / m2 and 8 to 9 harvests per year.Lettuce in the modern automated environment produces 100 corps per m2, times 9 harvests.

  • fact 3. The cost of a corp of lettuce is about 24 cents.(in Holland) The purchase price around 36 cents and the sales price between € 0.80 and € 1.00
  • fact 4. The weight of lettuce lies on average between 200 and 350 gr. (depending on the species).
  • fact 5. The yield per hectare of open ground is 10,000 x 12 heads x 2 = 240,000 heads per year is 48 tons;

The yield per hectare under glass is 10,000 x 20 x 5 = 1,000,000 heads = 200 tons; The yield per hectare automated is 10,000 x 100 x 9 = 9,000,000 heads = 1800 tons.

We start with 40ft container

Now we are going to look at the container. Nearly all 40 ft containers reach a yield of between 27,000 and 40,000 heads of lettuce per year (see our website). This corresponds to a maximum of 1/6 hectares of traditional agriculture (so no three or five hectares as stated!). The yield is of course dependent on various factors, but also how you define a head of lettuce. To begin with, every head of lettuce needs a certain space. The more space there is for storage, movement and processing, the less space for the lettuce. I always made this comparison when organizing a fair: every visitor needs at least 1.5 m2. So you can calculate very quickly how many visitors there can be at an exhibition: width times length of the aisles and visitor spaces (+ of course the time of visit included). Every trade fair organizer will charge more for the promotional activities than reality, which will look suspiciously like the calculation of the number of heads of lettuce. Because here too you are bound by a number of laws. An adult lettuce plant needs a space of at least 30x30x30cm (= 27,000cm3). So when you have a container 100% full you can have 2444 plants in it. Then you have no aisle, no distance from lighting to plant, no picking or processing place, no room for electricity, pump, etc. And every cm3 counts. According to the builders of the container farms, the number of plants varies between 2700 and 3500 plants per container. Apparently they have devised a trick to reduce the amount of space per head of lettuce. You can also see this in practice. A vertical system has 13 plants per row. That would mean that you have to go up to 4 meters from my dimensions. But the height of a container is only 2.37 meters. So the plants only have a distance of 18 cm instead of 30. In traditional agriculture this is 25 to 30 cm. The size of a small head of lettuce is between 15 and 20 cm. In principle they are always bigger. In other words, the growth margin, the number of heads of lettuce per m2, is limited in comparison with water cultivation and agriculture. In addition, the yield is further increased by accelerating and optimizing the growth process. And here: the pops lettuce is a fact!

Now let’s assume the yield that is feasible according to the container builders, is 27 to 40,000 heads per year. Then you come to 74 to 110 heads per day. A store pays about 36 cents, that’s between 26 and 40 euros per day, or 780 to 1200 euros per month. That is of course not the profit, but the turnover. The purchase of the container and the system, the soil to set it up, the electricity, the water, the seed, the growth substances, the maintenance and the labor costs are not included. If you could sell the heads directly to the consumer, which is of course much more work, for a price of one euro each, your gross turnover at 80 heads per day is 2400 euro per month.

Negative sides

  • A container farm is not cheap. Although they do not all mention their price, the price is approximately between 75 and 120,000 euros. That is 25 to 40 million euros per hectare. For one tenth of that money you have a modern greenhouse, with a price of about 2.5 to 4 million euros per hectare;
  • The electricity costs of a container are considerable. Again, the companies prefer not to mention what their containers consume on electricity. But assuming the amount of LED lamps you can assume that the energy consumption is around 35000 kWh per year (equal to the consumption of more than 10 households). Depending on the country in which you live, these costs will reduce your profit much or very much. In the Netherlands it amounts to more than € 7,000 per year or € 600 per month.
  • Working conditions are not ideal. Since every cm3 is important, you see that the workspace is kept to a minimum. Jokingly you can also say that the work is not reserved for people with a strong stature. The container must always be closed in most weather conditions, so you are in an enclosed space with artificial light. You must therefore also not be claustrophobic.
  • Some container companies have also devised a way of not limiting profit by only selling the container. They prefer to make you dependent on them for a long time. They can do this by developing food systems that only they have. You are then obliged to continue to take it. Sometimes you also see that growth media systems have been specially made for their container. Prices are not known. But even without this strangulation you will have to feed your plants.
  • There is a restriction in the number of vegetables. The current breeding containers are focused on high-quality, fast-growing crops that require only a small area and a high turnover rate, such as lettuce, basil and other salad products. Slower growing vegetables are not profitable at all.

When you look at all aspects, you see that the purchase of the container and the construction of water and electricity cables already require a substantial investment and that, in addition, ongoing costs such as land rent, taxes, energy, seeds, growth mediums, and nutrients put the profits under considerable pressure . In fact, we have to conclude that the exploitation of a container as a production location is not profitable, on the contrary: it is quite loss-making. You must have at least four containers and work 80 hours per week to make it profitable. Or sell each head of lettuce for € 4,

Remember that container farming can not actually be about how much production you can put into a room. It is about bringing food closer to the people and maximizing production as a function to recoup the resources and labor that you invest. But not at all costs. So while container parks have the potential to make a fundamental contribution to bring food closer to the market, the people who exploit these container farms must be able to survive in order to make an impact.

Positive sides

Containerfarming certainly also has advantages over other types of cultivation.

  • In terms of sustainability, the reuse of containers is, of course, perfect. They are easy to transport and the containers themselves are cheap and there are many. The 40ft containers in particular are popular (but an old container is far from being a container farm).
  • Another positive aspect of a container is that it can be placed in impossible places. You only need an area of ​​12 by 2.5 meters. Although they have forgotten to mention that you have to take into account that most containers require a perfectly flat surface (level) in order to function properly. So putting it in your backyard can be difficult.
  • Another advantage of a container is that you can quickly start your own business and no special building is needed (probably a building permit). This means that a modern city farmer or a company in the city can easily put a container behind their restaurant or even in a parking space.
  • The most obvious advantage of any form of gardening in a container, whether it is flowers, grass or vegetables, is the possibility to grow them in places where a normal garden can not be realized. Such as in case of lack of ground or lack of clean soil.
  • The distance from production to the customer is minimal.
  • The transport of vegetables to the local market also prints the food print.

Conclusion

Container farming is a piece of technology that is not unique in itself. There are sufficient locations and initiatives in the world in closed spaces that use the same techniques. You must therefore ask yourself whether an existing location is not more suitable in a city to bring food production closer to the customer. (rooffarming) Container farming does have the technology and the potential to grow relatively many vegetables on a small surface, only: at the expense of what? It is certainly not a feasible sustainable initiative given the costs. For the time being I can not find a place in the world that would justify container fueling when it comes to solving our “world food problem” or for a sustainable future. There are many cheaper systems in a city to solve this “problem”. You can always approach us about this. So becareful by using these containers.

Ed van der Post

Het begrip Urban Farming wordt misbruikt

Door de gemiddelde consument wordt stedelijke landbouw of ‘urban farming’ gezien als een vorm van volkstuinbouw (community gardens), of zelfvoorzienende landbouw. Wat je in werkelijkheid ziet gebeuren is totaal iets anders. Er is een ontwikkeling gaande waarbij veel mensen opeens spreken over urban farming en urban farmers en in een adem over stads- en verticale landbouw. Al die termen lijken steeds meer in gebruik genomen te worden door individuen, gemeenschapsgroepen, milieudeskundigen, stadsplanners, architecten en consultancy. Moeten we dit toejuichen of nadenken over wat nu “stadslandbouw/urban farming” eigenlijk is? Immers: het telen van voedsel in steden is geen nieuw concept. Wat nu duidelijk aan het worden is, is dat het begrip “urban farming” een verkoopterm begint te worden. Er wordt een product geteeld of project opgezet (congres, onderwijs, lezingen, cursussen, etc.) dat wordt verkocht als urban farming, maar in tegenstelling tot wat je zou denken, worden er geen groenten gekweekt voor persoonlijke consumptie of om te delen met anderen. Goede voorbeelden van urban farming in Nederland zijn bijvoorbeeld de Dakmoestuin Zuidpark in Amsterdam en Urban Farming 035 (Hilversum). Maar slechte voorbeelden zijn de urban farmers uit Den Haag (om te overleven gaan ze nu greenhouse yogalessen geven) en de BrightBox, een initiatief van Botany, HAS Hogeschool en Philips in Venlo, hoewel ze dat city farming noemen. Maar ook bij “The New Farm” uit Den Haag gebruiken ze graag het begrip “urban farming” voor eigenlijk alles wat maar in de stadslandbouw kan worden opgezet, het liefst in de vorm van een congres of andere niet eetbare vorm. En niet te vergeten The Green House in Utrecht: 100 vierkante meter op beton voorziet slecht in 1/4 van de groenten voor het restaurant.

De naam urban farming lijkt bewust te worden gebruikt om eigenlijk het werkelijke concept “industrial greenfarming” of iets anders te verdoezelen, onder het excuus dat het nodig is in verband met de toenemende wereldbevolking. Maar waarom in Nederland? Wij exporteren al meer dan 60% van onze groenten.

Strikt genomen is het doel van urban farming het creëren van een overvloed aan voedsel voor mensen in nood door gebruik te maken van ongebruikt land, hierop tuinen te creëren en leefruimte te bevorderen, terwijl gelijkertijd de diversiteit van planten wordt bevorderd en tevens het bewustzijn met betrekking tot gezondheid en welzijn van jongeren, volwassenen en senioren wordt verhoogd. Hierbij speelt het ontlasten van mensen van de dagelijkse stress een belangrijke rol. Urban farming dient ook als een netwerk van mensen om vanuit een non-profit instelling, particuliere en publieke entiteiten met elkaar te verbinden. Dat dat nog niet meevalt toont het voorbeeld van “Uit je Eigen Stad” in Rotterdam, waarbij de groenten nu uitsluitend gebruikt worden voor het restaurant en niet meer voor andere mensen. Het ontwikkelen van een win-win-partnerschap van inwoners met de gemeenschap, overheidsinstanties, lokale bedrijven en internationale bedrijven is de basis van het urban farming-model.

Stadslandbouw onveilig

Je hoeft geen bedrijf te zijn om een stedelijke boerderij op te zetten, maar je moet een groot stuk land of iets anders hebben. Een individu, een paar vrienden, een non-profit organisatie of buurtgroep kunnen een urban farm starten en runnen. Er is geen duidelijke commerciële afzetmarkt voor een stedelijke boerderij nodig. Eten kan wel worden verkocht aan restaurants of op een boerenmarkt, maar ook worden weggegeven aan een lokale soepkeuken of kerk, of gedeeld door de leden, met groenteabonnementen. Het voedsel wordt voornamelijk gekweekt voor de groep, wijk of andere gebruikers (eventueel via een vorm van handel). Urban farming is een middel om de toegang tot lokaal geteeld voedsel te vergroten en een manier om het publiek weer te introduceren in de vele aspecten van voedsel die we als cultuur hebben verloren. Hoe voedsel groeit, welke regionale en seizoengebonden groenten er op een bepaalde plaats en in een bepaalde tijd groeien. Het zijn allemaal belangrijke lessen. En een beter geïnformeerde stedelijke consument kiest bewuster. Urban farming kan ook de voorlinie zijn om de visie over het voedselsysteem te veranderen. Althans dat laten organisaties als The New Farm je geloven. Het is jammer dat hogescholen (zoals de Haagse Hogeschool) en Universiteiten niet de moeite nemen om zich te verdiepen in onderwerpen als urban farming en pas daarna de studenten kennis laten maken met de werkelijke urban farmers (die zijn er bijna niet). De foto’s en studiemateriaal komen uit het buitenland, waar het klimaat perfect is en de mensen meer geld voor hun groenten willen betalen. In Nederland spelen totaal andere argumenten mee. In Nederland is het niet echt veilig om stadslandbouw toe te passen. Tegenwoordig zijn er meer risico’s op gebied van voedselveiligheid dan vroeger. Groenten uit de stad kunnen hoge gehaltes zware metalen bevatten, door het verkeer of de bodem. In de stad komen vaker vervuilde bodems voor. We weten bijvoorbeeld dat tweederde van de groenten uit tuintjes op minder dan 10 meter van een drukke weg de Europese normen voor lood overschrijdt. Wie in de stad woont krijgt het advies om de locatie van de tuin zorgvuldig te kiezen. Het risico op verontreiniging is het laagst in een tuin die zo ver mogelijk verwijderd is van autoverkeer of verscholen ligt achter een gebouw en heggen. De Nederlandse lucht is één van de vieste van Europa en Nederland voldoet nog steeds niet overal aan de Europese wet voor luchtkwaliteit. Hoe kan iemand dan in Nederland urban farming gaan promoten? En lekker vrijwillig buiten in de tuin werken. Wie gaat dat eigenlijk doen?????

Sommige urban farming-initiatieven zijn uitsluitend gebouwd voor opleidings-, trainings- of re-entry-programma’s. Vele zijn gebouwd om voedseltoegang in een specifieke gemeenschap te verbeteren of traditionele culinaire culturen voort te zetten. Voor anderen is gerechtigheid de reden om stedelijke boerderijen in hun gemeenschappen te ontwikkelen, wat betekent dat de toegang tot vers voedsel voor economisch achtergestelde gemeenschappen wordt verbeterd.

In Nederland is er geprobeerd de stadslandbouw te organiseren (Dag van de Stadslandbouw), maar helaas is het dit jaar gestopt. Daar is wel geconstateerd dat je zelf je stad eetbaar kunt maken, mits er een nieuwe bestuurlijke aanpak zou komen. Het is dan wel onduidelijk wat dan deze nieuwe bestuurlijke aanpak zou moeten zijn. In eerste instantie is het bittere noodzaak om eerst eens duidelijk te maken wat urban farming is. Als je de visie van het voedingscentrum erbij haalt of sommige artikelen van journalisten leest zie je dat ze alles bij elkaar en door elkaar gooien: biologische tuinen, giftige stadstuintjes, dakterrassen, moestuinen, schooltuinen, kasgroenten op basis van chemische nutriënten en alle mogelijke ander combinaties. Dat is geen urban farming. Dan is iedereen die groenten teelt in de stad, op zijn balkon of op het dak een urban farmer. De sociale voorwaarden en de gezondheidsaspecten moeten centraal staan volgens het oorspronkelijke concept. De betekenis die wordt gegeven aan het begrip urban farming is in Nederland aan het veranderen. Het model van de Urban Farmers uit Den haag is bijvoorbeeld gewoon een commercieel bedrijf waarbij de bevolking totaal niet betrokken is. Sterker nog ze moeten betalen om te mogen kijken. Het is tijd om de beeldvorming van urban farming aan criteria te toetsen en duidelijk te maken wat het wel en wat het niet is. Misschien is het wel een verandering naar een commercieel concept, en misschien is dat ook noodzakelijk. Maar dan is er een andere discussie nodig. Is urban farming in Nederland wel nodig en is groenten telen in de Nederlandse steden wel een goed idee?

Wat urban farming in ieder geval zeker wel is, daarvan kunt u een voorbeeld zien op deze video:

Vertical farming. Onzin

“Nederland is de Silicon Valley van de vertical farming,” verklaart Apesos. Onzin! (deel 3)

Bij stadsboerderijen of “urban farming” of “vertical farming” kunnen verschillende teeltsystemen en -structuren worden gebruikt, van stads- en kleinschalige landbouw tot hightech volledig gecontroleerde en semi-geautomatiseerde kassen in landelijke gebieden, en alles wat daar tussen zit. In de praktijk zien we in Nederland gelukkig nog weinig projecten, omdat er redelijk veel problemen ontstaan bij het realiseren van een succesvol project. Helaas is het wel zo dat in Nederland vaak de oorzaak van mislukking ligt in het feit dat de individuele projecten niet openstaan voor de kennis uit andere landen. Behalve dan voor de Goeroes, zoals Apeos. Maar een realistische kijk en onderzoek zou aangeven dat het eigenlijk te duur is om in de Nederlandse markt commercieel indoor farming weg te zetten. De vraag is dan ook: “waarom zouden we?” Het antwoord is natuurlijk bij iedereen bekend: prestige, mode en tijdsgeest. De titels alleen al: “Europese primeur met vertical farming in Drontense fabriek” of “Den Haag heeft grootste Urban farm van Europa”. (Ferme Abattoir in Brussel is eigenlijk de grootste met 2000m2)

Daarom dit artikel, waarin ik graag de kennis en informatie deel over mogelijke individuele projecten zoals van de Rabobank die de mogelijkheden voor vertical farming in Nederland onderzoekt. Of de vijf studenten van Inholland Delft die in opdracht van het Rotterdam Food Cluster onderzochten wat de kansen zijn voor business modellen in vertical farming en daarbij helaas alleen maar keken naar de steden Tokyo, Las Vegas en Rotterdam. Maar ook het project The Urban Tree Village in Amsterdam kan wat informatie gebruiken. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek dat al begin dit jaar bekend werd gemaakt (Hortinext schreef hier iets summiers over), maar waar weinig mensen blijkbaar weet hebben. Ze kunnen nu het volledige rapport downloaden.

Informatie voor het starten van een project

De organisatie Agrilyst uit Amerika wil graag hun informatie met ons delen. Het doel van hun rapport dat ze recentelijk (dit jaar) hebben gepubliceerd is om te kijken naar de opkomende trends, uitdagingen en voordelen van o.a. vertical farming. Dit rapport geeft niet alleen een overzicht van deze industrie, maar het geeft ook een nieuwe, bijgewerkte analyse van de industrie. Dit jaar waren meer dan 150 reacties van telers van over de hele wereld betrokken bij het tot stand komen van dit resultaat. De basisgegevens van dit verslag zijn afkomstig van respondenten die voornamelijk actief zijn in kassen en verticale farming, en hydrocultuur gebruiken als hun groeisysteem; 49% hydroponics, 15% aquaponics, 24% grond, 6% aquaponics en hydroponics en grondcombinatie en 6% aeroponics. Wanneer je kijkt naar het aantal bedrijven hierin dan is dit als volgt onder te verdelen: 12% tunnelkas (plastic),7% containerfarm, 47% glazen kas of poly, 30% verticale farming (indoor), 4% DWC.

De farms zijn opgedeeld in twee categorieën: grote en kleine farms. De kleine projecten zijn min.1000m2. De reden van deze drempel is dat de 1000m2-farms commercieel levensvatbaarder zijn. Vanuit een analyseperspectief ontdekten ze dat telers op of boven 1000m2 consistentere opbrengsten per vierkante meter haalden dan kleinere bedrijven (gebruikmakend van verschillende meetpunten (omzet, kosten, budgetten, enz.). Dit jaar waren 61% van de respondenten kleine bedrijven en 39% grote bedrijven. De vijf belangrijkste geteelde gewassen waren: bladgroenten, microgreens, kruiden, bloemen en tomaten, waarbij meer dan de helft van de ondervraagden bladgroenten teelde. Maar de volledige lijst van producten die werden geteeld, omvat niet alleen bladgroenten en tomaten, maar ook cannabis, bloemen, aardbeien, komkommers, paprika’s, champignons, uien, prei, hop, vijgen, suikermaïs, aubergine, vis, insecten, wortels en garnalen.

Een van de belangrijkste voordelen van verticale farming is de hogere opbrengst in vergelijking met conventionele landbouw. De controle van een faciliteit creëert een ideale groeiomgeving waardoor in minder tijd een gewas kan groeien van zaad tot oogst. Het heeft hogere opbrengsten en elke cyclus kan meerdere keren per jaar herhaald worden. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de gemiddelde opbrengst van conventioneel geteelde Romeinse sla 0,69 pond per 900 cm2 is, vergeleken met 8,71 pond per 900 cm2 voor bladgroenten die via een hydroponics-systeem in een kas zijn geteeld. De verticale kwekers rapporteerden een opbrengst van 5,45 pond per 900 cm2 voor groene groentesoorten en containerparken rapporteerden de laagste opbrengsten bij 3,75 pond per 900 cm2 voor groene bladgroenten. Indoor verticale kwekerijen kunnen hun totale opbrengst verhogen door extra lagen te stapelen en hun groeigebied te vergroten als een percentage van de beschikbare vierkante meters.

Natuurlijk spelen een aantal factoren een rol die hier invloed op kunnen hebben. Een van de grote problemen zijn de hoge kosten. Dit is een enorme uitdaging voor telers. In feite rapporteerde slechts 51% van de respondenten winstgevend te werken. De gemiddelde leeftijd van de winstgevende bedrijven was zeven jaar en bedrijven die nog niet rendabel waren, waren gemiddeld vijf jaar oud. Met minder conventionele financiële bronnen beschikbaar, voor zowel kapitaal- als operationele kosten, alsook hogere operationele kosten, duurt het lang voordat de telers winst maken. Daarnaast maken velen misrekeningen en onderschatten operationele kosten (arbeid, HVAC en afval specifiek). Ik heb daar al over gesproken in het artikel de 3-belangrijkste-redenen-waarom-verticale-boerderijen-zoals-dronten-zullen-mislukken

Wanneer je een vergelijking maakt tussen de diverse systemen dan is het meest winstgevende systeem DWC en het minst winstgevende verticale farming. Van de kwekers van de vijf meest geteelde gewassen rapporteerde 100% dat de bloementeelt winstgevend is, naast 67% van tomatenkwekers en 60% van de microgreens-telers. Als we kijken naar alleen winstgevende activiteiten dan is de meest winstgevende bewerking bladgroenten op basis van hydroponics in een kas, met een winstmarge van 46%. Wanneer je alleen de inkomsten analyseert, en zowel winstgevende als niet-winstgevende activiteiten, zie je dat hydrocultuur en kasactiviteiten beide een gemiddelde omzet hadden van ongeveer $20 per 900 cm2. Ondanks het feit dat het niet de hoogste opbrengst per vierkante meter van alle bewerkingen heeft, heeft het groeien van bladgroenten in een hydroponics-systeem in een kas wel een van de laagste operationele kosten per m2.

Het grootste verschil tussen verticale boerderijen en kassen vanuit kostenperspectief is natuurlijk de totale uitgaven (in tegenstelling tot de uitsplitsing). De grafiek “Financials – Profitable Operations” toont de bedrijfskosten van een winstgevende kasfaciliteit (alle gewassen, alle systemen) op $13,86 per 900 cm2. Ter vergelijking: winstgevende verticale boerderijen (alle gewassen, alle systemen) gaven $37,10 per 900 cm2 uit. Dus met 50% aan arbeidskosten zou een kaskweker van één hectare ruwweg $300.000 kosten maken en een verticale boer $800.000.

Het onderzoek

Er staat natuurlijk veel meer in het rapport. Maar wat opvalt bij deze vertical farming is dat de telers geloven dat technologie niet alleen extra opbrengsten en inkomsten kan opleveren, maar ook de productiekosten kan verlagen. Techniek is alles en is het belangrijkste doel van de telers. Sterker nog, 19% van de telers is van mening dat technologie hen meer dan $20.000 per jaar kan besparen. Hier staat tegenover het totale gebrek aan het besef dat het voedsel is. Het is een maakbaar product geworden. De vraag of het gezond is en wat de nutriënten-samenstelling is van de groenten is helaas niet in het rapport opgenomen.

De efficiëntie en de techniek kosten veel en gezien dit rapport zijn er maar een paar opties in Nederland die verticale farming rendabel zouden maken.

Waarom verticale boerderijen zullen mislukken

Deel 2

In deel 1 van dit artikel heb ik al duidelijk gemaakt dat de technische aspecten, de werkomstandigheden en de afzet een probleem kunnen vormen bij verticale farming projecten zoals in Dronten. Maar mijn belangrijkste zorgen, waaraan ik middels dit tweede deel aandacht wil geven, zijn de voedselveiligheid, de gezondheid en de biologische kwaliteit. Ik schrijf al jaren over de gezondheid bevorderende eigenschappen van groenten, fruit en kruiden en zie nu een trend om de groenteteelt en de techniek bij elkaar te brengen. Een supermoderne, volautomatische fabriek met ‘precision agriculture’, waarin groenten worden geteeld en waarbij de volgende stap ‘additive manufacturing’ van groenten is (3Dponics). Het laatste Vertical Farming Congres (vorig jaar) en het aankomende congres bevestigen deze ontwikkeling. Je ziet echter langzaamaan een verschil ontstaan in kunstmatig geteelde groenten en wat ik noem het telen van levende groenten. Hydroponics is op dit moment voornamelijk een industriële, technische massaproductie geworden die weinig met de natuur te maken heeft. Waarbij het doel is om zo snel mogelijk zo veel mogelijk plantenmassa te produceren. We zullen duidelijke keuzes moeten gaan maken in onze benadering van de teelt en onze keuzes op het gebied van voedselkwaliteit. Gaan we de sla (groenten, kruiden en fruit) telen als “gezonde groenten” of als “consumptiegroenten”. Hydroponics kan bij beiden een waardevolle oplossing zijn, mits het anders benaderd wordt.

1. Voedselveiligheid

Een potentieel probleem met betrekking tot met hydroponics geteelde groenten is de voedselveiligheid. Moderne hydroponics-systemen maken gebruik van voedingsstoffenoplossingen of nutriënten die ze aan het water toevoegen. Deze voedingsstoffen worden op verschillende manieren verzameld en samengesteld. Wanneer je in de wereld van de nutriënten duikt, blijkt al snel dat de macronutriënten (fosfor, kalium en stikstof) afkomstig zijn uit niet-hernieuwbare bronnen. Toch worden deze zonder daar verder bij stil te staan gebruikt, met name fosfor. De vraag hiernaar zal enorm toenemen en de prijzen navenant stijgen wanneer verticale farming gaat groeien. Of de voedingsstoffen in hydroponic-oplossingen al dan niet verantwoord zijn verkregen, daar wordt niet naar gekeken. Terwijl dat een belangrijk onderdeel is van onze visie op duurzaamheid (BBE). Voedselveiligheidsregels specifiek voor hydroponics zijn er niet in Nederland. En juist hydroponic-groenten kenmerken zich (in Nederland) door het feit dat ze voornamelijk rauw worden gegeten. Bij het kweken van bladgroenten of andere producten die rauw worden gebruikt, is het noodzakelijk te weten of de gebruikte nutriënten dierlijke verbindingen bevatten. Sommige organische hydroponic-methoden worden bijvoorbeeld gebruikt in combinatie met aquaponics. Daarnaast is schoon water van goede kwaliteit essentieel voor hydroponic-systemen. Irrigatiewater, regenwater, oppervlaktewater en andere bronnen moeten worden getest en behandeld indien nodig. Het schoonmaken van de systemen na de oogst is een ondoorzichtig gebeuren. In principe mogen bij organische hydroponic-systemen doorgaans geen chemicaliën zoals bleekmiddel of waterstofperoxide gebruikt wordem om water of systemen te steriliseren, zodat wellicht niet-chemische opties zoals RO, ozon, UV of distillatie nodig is. Maar de informatie hierover is summier. Alles is gericht op het ontwikkelen van volledig geïntegreerde technologieën en de groei en “gezondheid” van de plant. Maar hoe het systeem wordt gereinigd is vaak onduidelijk. En hoe worden de planten gecontroleerd op voedselveiligheid? Hydroponics staat niet in het woordenboek van de NVWA.

De zwakte van verticale farming met hydroponics ligt in het gebruik van voedingsnutriënten. Deze zijn beslist niet duurzaam. Een circulair gebruik van bepaalde restafvalstromen voor het maken van duurzame en milieuvriendelijke voedingsnutriënten is mogelijk en voorkomt hiermee tekorten en eenzijdige groei. Wij zijn hiermee bezig en proberen het uit.

2. Gezondheid

Het menselijk lichaam heeft tientallen essentiële mineralen, sporenelementen, vitaminen, vetzuren en aminozuren nodig om in goede gezondheid te blijven. De bron van veel van deze voedingsstoffen is de “vruchtbare grond” (klopt helaas ook niet meer) waarin planten groeien. De vraag is: kunnen verticale boerderijen ook deze ‘kwaliteit’ leveren? In het algemeen is de voedingswaarde van in hydroponics gegroeide groenten ongeveer hetzelfde als die van conventioneel geteelde producten. De mogelijkheid om de mineralen in het water nauwkeurig te beheersen bij het gebruik van hydroponics maakt het mogelijk om een ​​consistent niveau van mineralen in de plant te houden. Maar strikt genomen is het nog niet bekend of de voedingswaarde van hydroponics-groenten superieur is aan conventioneel geteelde. Er zijn studies waarin aangetoond wordt dat het voedingsgehalte gelijk is, terwijl er andere zijn waaruit naar voren komt dat hydroponics-groenten rijker zijn aan voedingsstoffen dan conventionele. Maar in een artikel in het Journal of Agricultural and Food Chemistry in 2003 was weer te lezen dat het carotenoïde gehalte van via hydroponics gekweekte groenten lager was dan dat van conventioneel geteelde groenten. Carotenoïden, zoals bèta-caroteen en luteïne, zijn plantaardige verbindingen die de gezondheid van de mens kunnen bevorderen, maar worden niet geclassificeerd als vitaminen of mineralen. De resultaten van een studie van Treftz, 2015 [Chenin Treftz, aan de Universiteit van Nevada, Reno] lieten zien dat de ‘gezonde’ antioxidantverbindingen (bijvoorbeeld vitamine C, tocoferol en totale polyfenolische verbindingen) significant hoger waren in hydroponics geteelde aardbeien, vergeleken met de in bodem geteelde aardbeien. Maar het tegendeel zag je dan weer bij frambozen. Interessant is ook een onderzoek uit 1998 van Premuzic [Zdenka Premuzic, onderzoeker aan de Universiteit van Buenos Aires, Argentinië], waar de tomaat uit gezonde organische grond (100% of 50% vermicompost) meer vitamine C bevatte dan dezelfde soort tomaat uit een hydroponics-systeem. In een studie van Buchanan, 2013 [Drew Buchanan, onderzoeker aan de Universiteit van Nevada, Reno] wordt aangetoond dat via hydroponics gekweekte sla meer vitamine C bevat dan de gangbare. En onderzoek gepubliceerd in de American Journal of Experimental Agriculture 2014 naar het gehalte van theanine in thee die groeide in hydroponics leverde in de wortels hogere waarden op dan in de bladeren door normale teelt.

Met andere woorden: de kennis over de invloed van hydroponics op de inhoudsstoffen van groenten en kruiden staat relatief gezien nog in zijn kinderschoenen, waardoor onderzoek naar de invloed op gezondheidseigenschappen van via hydroponics geteelde gewassen nodig is. Het is mogelijk om competitief te zijn met de reguliere voeding vanwege de uitputting en verarming van de aarde.

Gezondheid bevorderende/medicinale hydroponics of productie-hydroponics

Ik moest denken aan een uitspraak van Nederlands grootste slakweker op hydroponics basis. Hij vond dat de sla “niet leefde”. Ik begreep hem direct en herkende dit ook bij het bezoeken van diverse slatelers. Dit is ook het gevaar in Dronten en andere grootschalige verticale farming-projecten. De steriele omgeving van een teeltgewas onder optimale omstandigheden verandert de plant in een product. Dat kan, mits dit doel duidelijk is. Een blaadje sla op je bord ziet er mooi uit, maar hoeft niet per definitie gezondheid bevorderend te zijn. Minimale eisen aan de nutriëntensamenstelling kan een norm zijn. Maar een plant, net als een mens, moet in zijn leven reageren op diverse aanvallen van buitenaf om sterk te worden. Het is noodzakelijk om de afweer te stimuleren en op te bouwen, om hiermee o.a. de aanmaak van antioxidanten als verdedigingsmechanisme te kunnen garanderen. Een duidelijk voorbeeld is het resultaat van een onderzoek waarbij vijf weken oude slaplanten (Lactuca sativa L.) in groeikamers werden blootgesteld aan zachte stress, zoals hitte schok (40° C gedurende tien minuten), koude (4° C gedurende een dag) of hoge lichtintensiteit (800 Μmol m-2 s-1 gedurende een dag). Naar aanleiding van deze spanningen was er een toename van het totale fenolische gehalte en een significante toename van de antioxidantcapaciteit. De concentraties van twee belangrijke fenolische verbindingen in sla, chicoorzuur en chlorogeenzuur, namen aanzienlijk toe als reactie op de stress. Uit de resultaten blijkt ook dat deze milde vormen van milieustress geen negatieve effecten hebben op de algehele groei van sla. Dit suggereert dat het mogelijk is milde milieustressfactoren te gebruiken om de fytochemische inhoud succesvol te verbeteren en dus de gezondheid bevorderende kwaliteit van sla met weinig of geen negatieve gevolgen op de groei of opbrengst ervan te realiseren. Recentelijk is er nog een onderzoek gedaan (Sofia, Bulgarije) naar het effect van zoutstress op het gehalte aan chlorofyl bij de Chinese boksdoorn. Ook dit gaf een duidelijk resultaat. We weten dat het menselijke dieet meer fytochemicaliën bevat die gezondheid bevorderende kwaliteiten hebben. Het zou jammer zijn om deze niet te betrekken bij de teelt. In Nederland is deze benadering om hydroponics (verticale farming) te gebruiken om medicinale eigenschappen van planten/kruiden te stimuleren geen aandachtspunt, terwijl met name onderzoek op het gebied van de invloed van hydroponics op het verhogen van het niveau aan essentiële oliën zeer waardevol blijkt te zijn. Bekend hierbij zijn pepermunt, citroenbalsem en rozemarijn. Een andere zienswijze is het concept dat we bijvoorbeeld weten dat voedsel met een hoog kaliumgehalte beperkt moet worden voor patiënten met chronische nierziekte. Neem bijvoorbeeld de meloen die van nature rijk is aan kalium. Wanneer de meloen (Cucumis melo L. cv. Panna) tot aan de oogst groeit in een voedingsoplossing met verminderde kaliumconcentraties, dan blijkt het kaliumgehalte van het geoogste fruit lager te zijn, terwijl de normale groei, opbrengst en andere fruitkwaliteiten behouden blijven. Met andere woorden: je kunt de techniek gebruiken voor gepersonaliseerde voeding om mensen te helpen gezonde keuzes te maken op een manier die het beste bij hen past; keuzes die passen bij wat hun lichaam nodig heeft. Er zijn nog genoeg andere plantafgeleide bestanddelen die invloed hebben op onze gezondheid en ons gevoel van welzijn. Zij omvatten carotenoïden, bioflavonoïden, polyfenolen, isoflavonen, isothiocyanaten, ascorbaten, tocoferolen, lignans en vele andere stoffen. Deze fytochemicaliën zijn natuurlijke voedingsbestanddelen en zijn daarom niet toxisch en in principe veilig. In de juiste hoeveelheid kunnen zij de kans dat iemand slachtoffer wordt van bepaalde ernstige ziekten duidelijk verminderen. Een kans voor hydroponics en verticale farming.

Het zou zeker voor de verticale farming op basis van hydroponics een meerwaarde zijn wanneer gezondheid centraal zou komen te staan binnen de ontwikkeling. De plaats die verticale farming moet krijgen is een plaats binnen een duurzame gezondheidszorg. “Let food be the medicine.”

3. Biologisch

De biologische sector is zeer terughoudend als het gaat om het mogelijk maken van gecertificeerde biologische etikettering met betrekking tot middels hydrocultuur of aquaponics geteelde producten. De reden daarvoor is dat biologische hydroponics-gewassen in hun ogen grote, waterige producten leveren, die zeer laag in minerale inhoud zijn. In een notendop: biologische hydroponics geeft geen rijke voedingsmiddelen en is in principe een verspilling van geld! Dit is ook een veel voorkomende eerste reactie van consumenten. Als u de argumenten hierboven hebt gelezen, dan begrijpt u dat ik volledig achter de biologische sector sta voor wat betreft hun terughoudendheid, maar dat ik ook kansen en mogelijkheden zie op het gebied van inhoudsstoffen en gezondheidseffecten die juist typisch via hydroponics kunnen worden gerealiseerd. Inzicht in hoe hydroponics werkt en hoe het de voedingswaarde van de geproduceerde voedingsmiddelen beïnvloedt kan u helpen om te bepalen of deze groenten in uw dieet zouden kunnen worden opgenomen.

Conclusie

In deze twee artikelen heb ik geprobeerd te laten zien dat hydroponics een complex vakgebied is met een rijke geschiedenis en een veelbelovende toekomst. Er zijn veel aspecten verbonden aan hydroponics die in Nederland niet in de picture staan. Het samenvoegen van technologieën en innovaties ten dienste van onze gezondheid is nergens terug te vinden. Het is allemaal techniek geworden. En blijkbaar zijn er weinig kritische geluiden te vinden als het gaat om verticale farming, gezien de enorme respons op het eerste deel van dit artikel. Als schrijver, voormalig uitgever en oprichter van Hydroponics Nederland geef ik duidelijk aan dat er veel te bespreken is over deze nieuwe ontwikkelingen. Zeker naar de consument toe ligt er nog een flinke uitdaging. Wij proberen hier alvast vorm aan te geven door een laagdrempelige hydroponics omgeving te realiseren en in stand te houden en door voorlichting te geven aan mensen die voorzichtig geïnteresseerd zijn. Daarnaast onderzoeken we diverse aspecten voor een circulaire hydroponics teelt.

© Ed van der Post

De 3 belangrijkste redenen waarom de verticale boerderij als in Dronten, Den haag en Rotterdam mislukten.

Verticale landbouw betekent in de praktijk het kweken van gewassen in hoge dichtheidsconfiguraties in een gecontroleerde omgeving. Ze zeggen dat dit de moderne landbouw moet worden. In de afgelopen jaren hebben honderden verticale boeren over de hele wereld dit concept gepositioneerd en gebouwd. Want hoewel wij in Nederland denken dat het nieuw is, is het in werkelijkheid al tientallen jaren in ontwikkeling. Het basisidee hierachter is de veronderstelling dat je door middel van verticale teelt de markt beter zou kunnen faciliteren. Maar zoals bij elke nieuwe industrie en dus ook bij deze, moet het eerst falen; een onvermijdelijke factor. Hoewel het strategisch gezien beter is dat er boerderijen mislukken: het voordeel is dat toekomstige boeren de potentiële fouten zullen vermijden. Helaas zien we dit niet terug in de Nederlandse concepten die momenteel ontwikkeld worden. Zoals in Dronten waar 3.000 vierkante meter teeltruimte komt voor 1 miljoen kroppen sla per jaar. Kosten: 8 miljoen. Reken maar uit hoe lang het duurt voordat de kosten eruit zijn. Nu 20 miljoen in een aantal kassen, waarbij nog betere Led verlichting het toverwoord is.

Ik vraag mij dan ook af of ze hebben geluisterd naar de eerste jaarlijkse Aglanta-conferentie in Atlanta, Georgia dit jaar, waar de wereld een waardevolle inkijk kreeg in drie mislukte verticale boerderijen. Geen kleine jongens. Aan het woord waren Paul Hardej, co-founder van FarmedHere, Mike Nasseri, harvest supervisor van LocalGarden en Matt Liotta, CEO van PodPonics. We zien nu het zelfde gebeuren bij bedrijven als PLantlab en GROWx. Veel investeringsgeld en een klein resultaat. Daar kunnen wij niet van leven, wel een paar mensen.

De belangrijkste reden van mislukking waren

  1. Proberen te veel dingen tegelijk te doen.

Een gemeenschappelijke valkuil van veel verticale boerderijen is het streven naar het ontwikkelen en produceren van voedsel voor de markt, terwijl het verkopen en de technologie die zij gebruiken om hun voedsel te laten groeien ook een belangrijke rol spelen.

De nieuwe boeren moeten begrijpen dat ze maar één doel hebben: goed eten verkopen. Het product moet goed zijn. Vaak zie je iets anders: er wordt namelijk veel tijd, aandacht en geld besteed aan het produceren van maximale hoeveelheden in het systeem. Maar hierdoor krijgt de teler minder de mogelijkheid om zijn verse groenten lokaal te gebruiken; grote volumes kunnen immers niet lokaal worden afgezet. Hetzelfde geldt voor beslissingen over apparatuur die gebruikt wordt om dit doel te bereiken. Helaas zijn er tientallen hardwerkende boeren die hun tijd, energie en financiële middelen geïnvesteerd hebben of zouden hebben in niet volledig doorgedachte ideeën die gedoemd zijn te mislukken.

De kern is: boeren moeten voedsel laten groeien en geen technologie ontwikkelen. Pogingen om beide te doen, zoals blijkt uit alle drie genoemde bedrijven, eindigen slecht. Boeren die tijd verspillen aan onbeproefde systemen of hun eigen technologie verheerlijken zien uiteindelijk hun klanten afnemen en zullen uiteindelijk het bedrijf moeten sluiten, omdat ze hun hoofddoel uit het oog zijn verloren: Verkoop van voedsel.

  1. Arbeidskosten blijven altijd de grootste kosten.

Bij elk van de drie genoemde bedrijven is de waarschuwing: pas op voor de arbeidskosten. Hoewel de lonen relatief laag waren in het begin (variërend van negen tot vijftien dollar per uur), werden de arbeidskosten snel hoger door de groeiende technieken van de boerderijen. Gespecialiseerde mensen kosten veel geld. Daar negeerden de boerderijen de ergonomie (zoals in Dronten) en waren de systemen niet ontworpen voor efficiënt handwerk. Multi-stapelsystemen met groeibedden die tot het plafond reiken, hebben ervoor gezorgd dat boeren op en neer op een schaarlift moesten werken om de basiswerkzaamheden te verrichten zoals planten, inspecties, onderhoud en oogsten. Los van het feit bijvoorbeeld dat ‘schaarliften’ leidden tot een onstuimige, dure en onreine machine. Er is nog geen goede ergonomische oplossing. “Schaarliften lijken een ideale oplossing, maar dat zijn ze niet,” zegt Nasseri. “Gebruik geen schaarliften. Vind een andere oplossing, alstublieft.”

De sleutel tot werkbare systemen wordt automatisering genoemd. Zal automatisering de problemen op het gebied van landbouwarbeid kunnen oplossen? Misschien, maar waarschijnlijk niet. Tenminste niet voor de meerderheid van de kleine producenten. Het feit is dat automatiseringsapparatuur enorme kapitaalinvesteringen nodig heeft om gebouwd te worden en dat er hooggeschoolde arbeidskrachten nodig zijn bij de exploitatie. En waarom vertrouwen wij op volledige automatisering van de landbouw, in plaats van ons af te vragen hoe we machines kunnen gebruiken om de kosten van menselijke arbeid te beperken. We zouden ons moeten afvragen hoe we een systeem kunnen ontwikkelen dat geen automatisering nodig heeft om economisch te functioneren. Nogmaals, het voert allemaal terug naar toegankelijkheid.

De kern is: Boeren moeten een groeisysteem implementeren dat de arbeidskosten vermindert en geen dure automatiseringstechnologie nodig heeft zodat het economisch haalbaar is.

  1. In de hedendaagse technologie-gebaseerde moderne boerenwereld is de productie niet het probleem. Door groei in gecontroleerde omgevingen en met goede plantvoeding kunnen moderne boerengewassen met verbluffende consistentie en kwaliteit geproduceerd worden. In plaats daarvan was het echte probleem waarmee deze drie boeren geconfronteerd werden, hoe ze hun groeiende activiteiten efficiënt konden blijven uitvoeren, terwijl de kosten beperkt bleven. De traditionele manier van verticale landbouw met behulp van gestapelde lagen legt de boeren en hun arbeiders door de dure machines te veel druk op. Deze productiemethoden zijn ingewikkeld, inefficiënt en kostbaar, omdat de arbeiders zoveel tijd nodig hebben om zich tussen de gangen te bewegen en tussen de verschillende lagen om alles te doen vanaf de eerste aanplant tot de oogst.

De kern is: Binnen elk systeem kun je gewassen laten groeien, maar niet binnen elk systeem kun je werkstromen optimaliseren en de arbeidsefficiëntie maximaliseren.

Oplossing

De verticale landbouwindustrie begint zich te ontwikkelen. Elke dag zijn er nieuwe bedrijven die veelbelovende oplossingen leveren in groeiende apparatuur, lichttechnologie, klimaatregeling, data, sensoren, automatisering, consulting en nog veel meer. Maar alleen het implementeren van slimme, arbeidsbesparende groeiende technologie kan ons helpen om het succes te verbeteren en deze zijn nog schaars. Of, zoals ik het zelf zie, is dat het cruciaal blijft dat bij de beleving van voedselteelt het zien van de groenten, het fruit of de dieren een rol moet blijven spelen. Als mensen geen voedsel meer zien, worden ze helemaal overgeleverd aan de verhalen over voedsel die producenten hen vertellen. De melk komt van de koe en de groenten niet uit de fabriek. Met andere woorden: je moet de vraag stellen of verticale landbouw wel goedkoper, duurzamer en gezonder is. De insteek van Hydroponics Nederland is het ontwikkelen van systemen voor local-for-local. Met geen of weinig vervoerskosten, minimale ledverlichting, circulaire voedingssystemen en duurzaam energiegebruik.