Wikimedia

Door de gemiddelde consument wordt stedelijke landbouw of ‘urban farming’ gezien als een vorm van volkstuinbouw (community gardens), of zelfvoorzienende landbouw. Wat je in werkelijkheid ziet gebeuren is totaal iets anders. Er is een ontwikkeling gaande waarbij veel mensen opeens spreken over urban farming en urban farmers en in een adem over stads- en verticale landbouw. Al die termen lijken steeds meer in gebruik genomen te worden door individuen, gemeenschapsgroepen, milieudeskundigen, stadsplanners, architecten en consultancy. Moeten we dit toejuichen of nadenken over wat nu “stadslandbouw/urban farming” eigenlijk is? Immers: het telen van voedsel in steden is geen nieuw concept. Wat nu duidelijk aan het worden is, is dat het begrip “urban farming” een verkoopterm begint te worden. Er wordt een product geteeld of project opgezet (congres, onderwijs, lezingen, cursussen, etc.) dat wordt verkocht als urban farming, maar in tegenstelling tot wat je zou denken, worden er geen groenten gekweekt voor persoonlijke consumptie of om te delen met anderen. Goede voorbeelden van urban farming in Nederland zijn bijvoorbeeld de Dakmoestuin Zuidpark in Amsterdam en Urban Farming 035 (Hilversum). Maar slechte voorbeelden zijn de urban farmers uit Den Haag (om te overleven gaan ze nu greenhouse yogalessen geven) en de BrightBox, een initiatief van Botany, HAS Hogeschool en Philips in Venlo, hoewel ze dat city farming noemen. Maar ook bij “The New Farm” uit Den Haag gebruiken ze graag het begrip “urban farming” voor eigenlijk alles wat maar in de stadslandbouw kan worden opgezet, het liefst in de vorm van een congres of andere niet eetbare vorm. En niet te vergeten The Green House in Utrecht: 100 vierkante meter op beton voorziet slecht in 1/4 van de groenten voor het restaurant.

De naam urban farming lijkt bewust te worden gebruikt om eigenlijk het werkelijke concept “industrial greenfarming” of “fabrieksgroenten” te verdoezelen, onder het excuus dat het nodig is in verband met de toenemende wereldbevolking. Maar waarom in Nederland? Wij exporteren al meer dan 60% van onze groenten.

Strikt genomen is het doel van urban farming het creëren van een overvloed aan voedsel voor mensen in nood door gebruik te maken van ongebruikt land, hierop tuinen te creëren en leefruimte te bevorderen, terwijl gelijkertijd de diversiteit van planten wordt bevorderd en tevens het bewustzijn met betrekking tot gezondheid en welzijn van jongeren, volwassenen en senioren wordt verhoogd. Hierbij speelt het ontlasten van mensen van de dagelijkse stress een belangrijke rol. Urban farming dient ook als een netwerk van mensen om vanuit een non-profit instelling, particuliere en publieke entiteiten met elkaar te verbinden. Dat dat nog niet meevalt toont het voorbeeld van “Uit je Eigen Stad” in Rotterdam, waarbij de groenten nu uitsluitend gebruikt worden voor het restaurant en niet meer voor andere mensen. Het ontwikkelen van een win-win-partnerschap van inwoners met de gemeenschap, overheidsinstanties, lokale bedrijven en internationale bedrijven is de basis van het urban farming-model.

Je hoeft geen bedrijf te zijn om een stedelijke boerderij op te zetten, maar je moet een groot stuk land of iets anders hebben. Een individu, een paar vrienden, een non-profit organisatie of buurtgroep kunnen een urban farm starten en runnen. Er is geen duidelijke commerciële afzetmarkt voor een stedelijke boerderij nodig. Eten kan wel worden verkocht aan restaurants of op een boerenmarkt, maar ook worden weggegeven aan een lokale soepkeuken of kerk, of gedeeld door de leden, met groenteabonnementen. Het voedsel wordt voornamelijk gekweekt voor de groep, wijk of andere gebruikers (eventueel via een vorm van handel). Urban farming is een middel om de toegang tot lokaal geteeld voedsel te vergroten en een manier om het publiek weer te introduceren in de vele aspecten van voedsel die we als cultuur hebben verloren. Hoe voedsel groeit, welke regionale en seizoengebonden groenten er op een bepaalde plaats en in een bepaalde tijd groeien. Het zijn allemaal belangrijke lessen. En een beter geïnformeerde stedelijke consument kiest bewuster. Urban farming kan ook de voorlinie zijn om de visie over het voedselsysteem te veranderen. Althans dat laten organisaties als The New Farm je geloven. Het is jammer dat hogescholen (zoals de Haagse Hogeschool) en Universiteiten niet de moeite nemen om zich te verdiepen in onderwerpen als urban farming en pas daarna de studenten kennis laten maken met de werkelijke urban farmers (die zijn er bijna niet). De foto’s en studiemateriaal komen uit het buitenland, waar het klimaat perfect is en de mensen meer geld voor hun groenten willen betalen. In Nederland spelen totaal andere argumenten mee. In Nederland is het niet echt veilig om stadslandbouw toe te passen. Tegenwoordig zijn er meer risico’s op gebied van voedselveiligheid dan vroeger. Groenten uit de stad kunnen hoge gehaltes zware metalen bevatten, door het verkeer of de bodem. In de stad komen vaker vervuilde bodems voor. We weten bijvoorbeeld dat tweederde van de groenten uit tuintjes op minder dan 10 meter van een drukke weg de Europese normen voor lood overschrijdt. Wie in de stad woont krijgt het advies om de locatie van de tuin zorgvuldig te kiezen. Het risico op verontreiniging is het laagst in een tuin die zo ver mogelijk verwijderd is van autoverkeer of verscholen ligt achter een gebouw en heggen. De Nederlandse lucht is één van de vieste van Europa en Nederland voldoet nog steeds niet overal aan de Europese wet voor luchtkwaliteit. Hoe kan iemand dan in Nederland urban farming gaan promoten? En lekker vrijwillig buiten in de tuin werken. Wie gaat dat eigenlijk doen?????

Sommige urban farming-initiatieven zijn uitsluitend gebouwd voor opleidings-, trainings- of re-entry-programma’s. Vele zijn gebouwd om voedseltoegang in een specifieke gemeenschap te verbeteren of traditionele culinaire culturen voort te zetten. Voor anderen is gerechtigheid de reden om stedelijke boerderijen in hun gemeenschappen te ontwikkelen, wat betekent dat de toegang tot vers voedsel voor economisch achtergestelde gemeenschappen wordt verbeterd.

In Nederland is er geprobeerd de stadslandbouw te organiseren (Dag van de Stadslandbouw), maar helaas is het dit jaar gestopt. Daar is wel geconstateerd dat je zelf je stad eetbaar kunt maken, mits er een nieuwe bestuurlijke aanpak zou komen. Het is dan wel onduidelijk wat dan deze nieuwe bestuurlijke aanpak zou moeten zijn. In eerste instantie is het bittere noodzaak om eerst eens duidelijk te maken wat urban farming is. Als je de visie van het voedingscentrum erbij haalt of sommige artikelen van journalisten leest zie je dat ze alles bij elkaar en door elkaar gooien: biologische tuinen, giftige stadstuintjes, dakterrassen, moestuinen, schooltuinen, kasgroenten op basis van chemische nutriënten en alle mogelijke ander combinaties. Dat is geen urban farming. Dan is iedereen die groenten teelt in de stad, op zijn balkon of op het dak een urban farmer. De sociale voorwaarden en de gezondheidsaspecten moeten centraal staan volgens het oorspronkelijke concept. De betekenis die wordt gegeven aan het begrip urban farming is in Nederland aan het veranderen. Het model van de Urban Farmers uit Den haag is bijvoorbeeld gewoon een commercieel bedrijf waarbij de bevolking totaal niet betrokken is. Sterker nog ze moeten betalen om te mogen kijken. Het is tijd om de beeldvorming van urban farming aan criteria te toetsen en duidelijk te maken wat het wel en wat het niet is. Misschien is het wel een verandering naar een commercieel concept, en misschien is dat ook noodzakelijk. Zo geeft het pas verschenen boek Urban Agriculture Europe een overzicht van de stand van zaken op het gebied van stadslandbouw in Europa en verzamelt bijdragen van 69 onderzoekers uit meer dan 20 landen en met achtergronden variërend sociale wetenschappen en ruimtelijke planning tot economie en agro-ecologie. Het vreemde is dat ze het misbruik van het woord Urban farming voorkomen door een onderscheid te maken tussen Urban Food Gardening (gericht op andere (met name sociale) doelen, dan voedselproductie) en Urban Farming (met een verdienmodel waarin voedselproducten en diensten worden aangeboden gericht op de stad). Toch een slimme truc. Maar dan is er een andere discussie nodig. Is urban farming in Nederland wel nodig en is groenten telen in de Nederlandse steden wel een goed idee?

Wat urban farming in ieder geval zeker wel is, daarvan kunt u een voorbeeld zien op deze video:

https://youtu.be/4gcUBGKGeww